Toelatingsproef Diergeneeskunde als oplossing tegen overvolle aula's

De dam staat op breken

22 november 2021
Artikel
Auteur(s): Elien Stouten
Als de politiek de knoop doorhakt, dan zal het geschieden: de toelatingsproef Diergeneeskunde zal een feit zijn vanaf academiejaar 2023-2024. Maar dan moet dat wel omwille van de juiste redenen zijn.

Weldra zal de opleiding Diergeneeskunde een bindend toelatingsexamen hebben. Althans, als de politieke partijen hun akkoord geven. Wie een onvoldoende scoort in augustus kan in dat geval niet meer instromen in de richting. 

Eind december wordt er een eerste voorstel van decreet voorgelegd aan de politici over de toelatingsproef. Het voorstel werd eerder ook al uitgewerkt in een visienota. De argumentatie gegeven in de visienota houdt echter onvoldoende steek volgens experten. Ook de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) bracht advies uit over die visienota.

Overvolle aula's    

Veerle Hendrickx, voorzitter van de Raad Hoger Onderwijs binnen de Vlor, noemt het beestje bij zijn naam: momenteel overstijgt het aantal studenten de capaciteit van de opleiding Diergeneeskunde. Het toelatingsexamen moet het aantal studenten inperken en zo de kwaliteit van de opleiding waarborgen, vat Hendrickx de problematiek samen. 

Zo niet, dreigt de opleiding haar Europese accreditatie kwijt te spelen. Vlaanderen komt namelijk niet meer aan de vereiste student-stafratio, omdat het professorenbestand de grote studentenaantallen niet kan bijbenen.

'Een operatie met een paard, ik snap dat daar geen driehonderd eerstejaars rond kunnen staan, maar je kan er ook een video van maken'

Tinne De Laet, verantwoordelijke ijkingstoetsen KU Leuven

Ook de inrichting van de opleiding dwingt minder studenten af. 'Studenten Diergeneeskunde werken in labo's waar er niet voldoende kadering is voor bioveiligheid', legt Hendrickx uit. Bioveiligheid zijn 'alle maatregelen die worden genomen om de kans op insleep en verspreiding (naar mens en dier) van infectieziekten te beperken', aldus de adviesnota. 

De visienota lijkt kortom een numerus fixus naar voren te schuiven. 'Dat werkt op een inperking van het aantal instromers. Een numerus clausus daarentegen werkt op basis van instroom competenties', verduidelijkt Hendrickx. Welke beperking er ook als winnaar uit de bus komt, een grondige argumentatie mag niet ontbreken, aldus Hendrickx.

Unieke context?

Tinne De Laet, verantwoordelijke ijkingstoetsen aan de KU Leuven, vraagt zich af of een aanpassing van de onderwijsvormen een denkpiste was: 'Een operatie met een paard, ik snap dat daar geen driehonderd eerstejaars rond kunnen staan, maar je kan er ook een video van maken. In de volgende jaren kan je dan ruimte maken voor het echte werk.'

Vooral veel Nederlandse instromers hebben niet de vereiste basiskennis op zak

De Laet vult aan: 'Ook andere opleidingen met labo's en stages hebben zich in het verleden al noodgedwongen moeten aanpassen.' De context van de opleiding Diergeneeskunde verschilt op dat vlak niet van de context van andere opleidingen. Het argument rechtvaardigt kortom onvoldoende de invoering van een toelatingsproef, verklaart De Laet.

Grote uitval

De Laet schetst bovendien een bredere problematiek: veel uitval én lage slaagcijfers in Diergeneeskunde. 'Leerlingen hebben niet altijd de juiste startcompetenties', stelt ze. 

Bart Tambuyzer, verantwoordelijke van de ijkingstoets Diergeneeskunde aan de UAntwerpen, treedt De Laet bij: vooral veel Nederlandse instromers hebben niet de vereiste basiskennis op zak.

'In Vlaanderen zijn er ook andere opleidingen die daarmee kampen'

Veerle Hendrickx, voorzitter Raad Hoger Onderwijs

Zo mogen scholieren uit Nederland zelfs beslissen of ze fysica opnemen in hun lessenpakket en maken ze vaak niet de keuze voor de wiskundepakketten die het meest zijn aangewezen voor Diergeneeskunde. Vlaanderen moet zichzelf nog niet op de borst kloppen. 'Ook een gedeelte van de Vlaamse studenten komt niet uit de meest geschikte vooropleiding', vult Tambuyzer aan.

Open toegang blijft hoogste goed

Over de redenering rond de beperkte instroomcompetenties stelt Hendrickx: 'In Vlaanderen zijn er ook andere opleidingen die daarmee kampen.' Hoewel de Vlor geen uitspraken doet over de noodzakelijkheid van het toelatingsexamen Diergeneeskunde in het bijzonder, ziet de Vlor dit argument in het algemeen niet als een afdoende reden om een toelatingsexamen in te voeren.

De invoering van een toelatingsexamen druist bovendien in tegen de open toegang tot het hoger onderwijs die de Vlor hoog in het vaandel draagt. 'Als Vlor zijn we dan ook van mening dat je slechts in heel specifieke situaties uitzonderingen op de open toegang mag maken', zet Hendrickx haar argument kracht bij. 

'De proef zou bijvoorbeeld een impact kunnen hebben op de participatie van kansengroepen'

Veerle Hendrickx, voorzitter Raad Hoger Onderwijs

Mocht de toelatingsproef groen licht krijgen, dan moet haar effect wel gemonitord worden, aldus Hendrickx: 'De toelatingsproef zou bijvoorbeeld een impact kunnen hebben op de participatie van kansengroepen.' 

Ook de professionele bachelor Dierenzorg uit bekommernissen: door de toelatingsproef Diergeneeskunde zouden er meer studenten kunnen doorstromen naar Dierenzorg, waardoor de hete aardappel de facto wordt doorgeschoven. Daarvoor moet oog zijn in de politieke besluitvorming.