INTERVIEW DIRECTEUR UCLL

Imran Uddin wil meer samenwerking tussen instellingen en opleidingen: 'De UCLL is de hoge­school van de kansenbieders'

Vanaf 1 december staat Imran Uddin aan het hoofd van de hogeschool UCLL. Als – nu nog – directeur van de Associatie KU Leuven gelooft hij sterk in de samenwerking van verschillende partners op vlak van onderwijs en onderzoek. 'De studentenervaring in Leuven moet voor iedereen hetzelfde zijn.'

Gepubliceerd
Leestijd: 6 min

Imran Udin verwelkomt ons met een volle tafel aan eten en drank: koekjes, enkele frisdrankflesjes, water, koffie en twee vlaaien. 'We hebben iets uit elke stad waar we een campus hebben', vertelt hij ons trots. Uddin is dan wel geboren in het verre Poperinge, toch voelt hij zich al helemaal ingeburgerd in de Leuvense en Limburgse campussen.

Het duurt nog even vooraleer zijn officiële termijn begint, maar Uddin loopt nu al mee op hogeschool UC Leuven-Limburg (UCLL). Vanaf 1 oktober start hij aan de UCLL, en vanaf 1 december begint zijn functie als algemeen directeur. 'Het is wat druk momenteel, maar ik vind het fijn om geleidelijk aan wat meer zicht te krijgen op de werking van de hogeschool.'

'Het is mijn ambitie om de studentenervaring zo veel mogelijk gelijk te laten lopen'

Al is de UCLL voor Uddin geen onbekende. Sinds 2021 is hij algemeen directeur van de Associatie KU Leuven, waar de UCLL deel van uitmaakt. Hij neemt dan ook enkele zaken mee uit zijn oude functie. 'Binnen de associatie ligt de nadruk sterk op samenwerking, zowel binnen als buiten de associatie, en over instellingen heen', zegt hij.

Uddin is er dan ook van overtuigd dat samenwerking in de toekomst nog belangrijker wordt door de grote uitdagingen waar we mee geconfronteerd worden, zoals AI en de klimaat- en energietransities. 'Elke instelling moet vanuit haar eigen sterktes werken, zodat je een sterk geheel krijgt.'

Rector Severine Vermeire haalt in haar strategisch plan ook die samenwerking met andere instellingen aan. Hoe loopt de samenwerking tussen de UCLL en KU Leuven concreet?
Imran Uddin: 'Dat gebeurt op verschillende vlakken. De UCLL is een hogeschool van de kansenbieders, wij willen kansen creëren voor onze studenten. Het is dan ook belangrijk dat onze bachelorprogramma's afgestemd zijn op de masteropleidingen van de universiteit. Zo kunnen studenten ook vlot doorstromen naar de master via een schakelprogramma. Een voorbeeld daarvan is de master in het Basisonderwijs.'

'Bovendien hebben we heel wat gemengde campussen binnen de associatie. Leuven is daarin de grootste gemengde campus die er is. We hebben hier zowel campussen van de UCLL als van de KU Leuven, dus daar zitten veel opportuniteiten.'

'Een student in Leuven is een student in Leuven, ongeacht de instelling waar hij studeert.'

'Niet enkel op onderwijsvlak, maar ook op vlak van onderzoek wordt er nauw samengewerkt. Hogescholen zijn meer bezig met praktijkgericht onderzoek, terwijl universiteiten zich meer focussen op fundamenteel onderzoek. Daartussen zit een grijze zone die we moeten opzoeken. Waarom? Grote bedrijven zijn dagelijks bezig met hun eigen innovatie, en het is aan ons om ervoor te zorgen dat die innovaties ook plaatsvinden in de kleine bedrijven en organisaties. Als hogeschool hebben wij een nauwe relatie met het werkveld en die specifieke bedrijven.'

U spreekt over de master in het Basisonderwijs. Zijn daar nog mogelijkheden tot verbetering? Ik denk bijvoorbeeld aan de bidiplomering, wat toch een moeilijk thema was?
'Bidiplomering (het verkrijgen van twee diploma's na het afleggen van een opleiding, red.) is een mogelijkheid om ervoor te zorgen dat we een goede afstemming realiseren tussen de universiteit en de hogeschool naar die specifieke masteropleidingen toe. Op dit moment is er geen bidiplomering in de master Basisonderwijs, maar we hebben een goede samenwerking tussen de hogescholen en de universiteit. Is dat een makkelijk proces? Nee, maar het is door discussie dat we vooruit kunnen gaan. Dat is zoeken natuurlijk. Maar zolang we zoeken, zetten we stappen vooruit.'

Wanneer er sprake is van 'de student in Leuven' wordt er vaak gekeken naar de student aan de KU Leuven, en minder naar de student aan de UCLL. Hoe kijkt u naar die kloof?
'Een student in Leuven is een student in Leuven, ongeacht de instelling waaraan die studeert. Ik ben ervan overtuigd dat beide instellingen kijken hoe we alle studenten in Leuven gelijk kunnen behandelen. Daarbij is de toegang tot sociale voorzieningen belangrijk, maar ook gemeenschappelijke evenementen zoals de studentenwelkom.'

Er zijn vaak frustraties vanuit UCLL-studenten dat zij niet dezelfde voordelen hebben als KU Leuven-studenten. Zo hebben zij geen toegang tot leercentrum Agora of geen studentenkorting in de Alma. Liggen daar nog kansen?
'Dat moet bekeken worden in de totaliteit van het pakket van studentenvoorzieningen. Zo zijn er binnen de associatie afspraken rond bibliotheken bijvoorbeeld. Het is altijd mijn ambitie geweest, ook binnen de samenwerking met de associatie, om de studentenervaring zo veel mogelijk gelijk te laten lopen.'

'Daar bots je natuurlijk op een aantal grenzen rond organisatie. Maar het is belangrijk om elkaar te informeren en te kijken waar de kansen liggen.'

De afgelopen jaren is het studentenengagement bezig aan een daling. Studenten aan de hogeschool hebben vaak een druk lessenrooster of stages, waardoor het voor hen nog moeilijker is om een engagement op te nemen. Hoe kijkt u naar het engagement van studenten buiten de lessen?
'Ik heb dat altijd heel belangrijk gevonden. Wij kiezen ook voor medebeheer, waarbij studentenvertegenwoordigers in het bestuursorgaan van onze hogeschool zetelen. Ik heb al eens zo'n vergadering van het bestuursorgaan van de UCLL meegemaakt in mijn functie als directeur van de associatie, en daar zag ik veel geëngageerde studenten.'

'Voor mij is het vooral belangrijk om de juiste student op het juiste moment op de juiste plaats te hebben.'

'Maar jullie halen een terecht probleem aan. Dat heeft vaak ook te maken met het gegeven dat een student minder lang studeert aan een hogeschool dan aan de universiteit. Op dat vlak is dat een specifieke uitdaging en onze studentenvertegenwoordigers zijn daar zeker mee bezig. We hebben ook een participatiecoach die daarrond werkt. Ik ben sowieso ook van plan om veel studenten te ontmoeten en naar hen te luisteren om te horen wat er leeft.'

De stages aan de UCLL zijn vaak onbezoldigd. Hoe kijkt u daarnaar?
'Stages zijn een enorme motor van samenwerken in het werkveld. Ze hebben ook een enorme impact op het leerproces van een student. Er is dus geen bezoldiging, maar wel een grote return on investment. Zo krijgen studenten een goed beeld van de verschillende richtingen die ze uit kunnen gaan na de opleiding.'

'Soms is de stage al in het eerste jaar, waardoor studenten meteen weten of de opleiding iets voor hen is. Studenten die stage in hun derde jaar lopen worden ook weleens gevraagd om te blijven werken bij de organisatie, dus zo heb je ook return on investment.'

In de media wordt vaak gesproken over de vele afgestudeerden die het moeilijk hebben om een job te vinden. Het gaat dan vooral over mensen met een universitair diploma. Denkt u dat een hogeschool daar momenteel een voordeel in heeft?
'Onze maatschappij is een kennismaatschappij, dat is nu eenmaal een feit. Voor mij is het vooral belangrijk om de juiste student op het juiste moment op de juiste plaats te hebben. Als dat bij ons is, is dat super. Als dat ergens anders is, is dat ook goed. Daarom ben ik blij met de graduaatsopleidingen. Zo vindt een groep jongeren die vroeger de weg niet vonden naar het hoger onderwijs, nu wel die weg ernaartoe. We zien ook een constante stijging in de studentenaantallen in de voorbije jaren in de graduaatsopleidingen.'

'We moeten heel goed weten wat het effect van de starttoetsen is, om niet in te boeten op de democratisering'

'Niet iedereen moet voor een diploma hoger onderwijs gaan, maar ik zie het hoger onderwijs wel als een motor voor democratisering. Ik ben daar zelf een product van, en ik zou nooit willen dat die motor begint te sputteren. Maar nogmaals, het is belangrijk dat de student zo snel mogelijk op de juiste plaats zit. Eigenlijk vanaf dag één, dat is voor mij cruciaal. Want dat betekent succes voor de student zelf, en zo wordt de maatschappelijke kost op een verantwoorde manier gebruikt.'

De universiteiten zetten zich daar ook sterk voor in, met de start- en ijkingstoetsen. Wordt daarnaar gekeken in de hogeschool?
'Momenteel hebben we enkel de instaptoetsen voor de lerarenopleidingen. Die werden nu voor het eerst georganiseerd door de overheid zelf, en niet door de instellingen.'

'We moeten goed weten wat de effecten zijn van de starttoetsen.'

'Er is al lang sprake van of je dat moet uitbreiden. Ik ben vooral vragende partij om te kijken wat het effect is van die starttoetsen. En niet het effect na een jaar, maar na enkele jaren. Zo kunnen we een wetenschappelijk onderbouwde conclusie stellen. We moeten ook kijken naar mensen die nu uit de boot vallen en in het verleden wel een diploma gehaald zouden hebben. Want daar boeten we opnieuw in op democratisering. We moeten dus heel goed weten wat het effect van die toetsen is.'

Een laatste vraagje. Hoe ziet u de UCLL over vijf jaar?
'In de toekomst moeten we echt nog meer de samenwerking over de instellingen heen realiseren. Daar geloof ik echt in. Ook de samenwerking over opleidingen heen is belangrijk. Studenten zullen in het werkveld terechtkomen, waar zij verplicht worden om samen te werken met verschillende profielen en mensen. Het is dus noodzakelijk dat die verschillende perspectieven al samenkomen in het onderwijs en onderzoek.'

'Niet elke professionele bachelor moet een master hebben'

'Dat kan bijvoorbeeld door nog meer samen te werken aan verschillende masters. Die pistes moeten we zeker verder verkennen. Er is nood op de arbeidsmarkt aan mensen met een specifiek soort profiel. Daarom is ook de master Basisonderwijs in het leven geroepen.'

Er zijn ook stemmen die heel kritisch zijn over de vermastering in het onderwijs.
'Ik ben ook geen voorstander van een scenario waarbij we voor elke professionele bachelor een master hebben. Ook niet iedereen moet doorstromen naar een master, dat moet een keuze blijven. Maar ik geloof wel in de verwevenheid tussen verschillende niveaus. Zo moet een student met een graduaat vlot kunnen doorschakelen naar de professionele bachelor. En moeten studenten met een professionele bachelor vlot de master kunnen halen. Dat kan hen voordelen opleveren, zowel op de arbeidsmarkt als voor hun persoonlijke ontwikkeling.'

Heb je vragen of opmerkingen bij dit artikel? Stuur ze ons.

Powered by Labrador CMS