Cursiefje: Voor een appel en een ei

Over vervreemding, Newton en 'property law'

02 maart 2020
Splinter
Auteur(s): Vincent Cuypers
In een geglobaliseerde economie valt de appel soms wel ver van de boom. Een cursiefje over de gevaren daarvan.

In het programma Boerenjaar op Vier vatte een deelnemende appelteler het probleem met onze landbouweconomie onlangs mooi samen: 'Als ik door mijn boomgaarden loop,' zei hij, 'weet ik niet wie al die appelen moet opeten. Maar als ik door de stad loop, vraag ik me af wie al die mensen een appel geeft.' Zonder het goed te beseffen raakte de man aan de centrale paradox van de vrije markteconomie. Die wordt immers geroemd als een middel dat efficiënt informatie verspreidt, maar zorgt tegelijk voor vervreemding.

De markt zorgt ervoor dat vraag en aanbod op mekaar worden afgestemd: een te hoge prijs signaleert dat er meer dient geproduceerd, een te lage dat de productie moet worden teruggeschroefd. Het nadeel is echter dat producenten en consumenten daardoor allebei zaken doen met de markt, en niet meer met elkaar. Producenten brengen hun appelen naar de veiling, waar die op magische wijze opgaan in het Systeem en ze op even magische wijze een – meestal te lage – prijs krijgen. Aan de andere kant van dat Systeem bevindt zich de consument die in zijn plaatselijke supermarkt zijn vertrouwde appelen terugvindt, identiek, als komen ze uit dezelfde mal.

Een spijtige zaak, want appelteelt is een mooie stiel, en ze heeft de mijmeraar heel wat te bieden. Zo was naar verluidt het feit dat een appel steeds rechtstreeks van de boom op de grond valt, en bijvoorbeeld niet eerst een tijdje in het rond zweeft, de aanleiding voor Newton om zijn algemene zwaartekrachttheorie te formuleren. Mocht zijn omgang met appelen zich beperkt hebben tot een schaaltje Pink Ladies uit de Delhaize om de hoek, dan was dat eureka-moment misschien aan hem voorbijgegaan.

Ook de rechtsgeleerdheid vindt in de appel een interessant studieobject. Zo las ik onlangs een artikel over hoe het Duitse recht de zogenaamde 'overval' regelt: wat als een appel, hangende aan een boom op de grond van persoon A, valt op de grond van persoon B? Van wie is die appel dan? En wat als hij op publieke grond valt, mag je hem als toevallige voorbijganger dan opeten? Onwaarschijnlijke kwesties, denkt u misschien – een appel valt toch niet ver van de boom? Een alerte wetgever echter, heeft de plicht rollende appels voor te zijn – met of zonder regering – en ook Eva in het Paradijs had indertijd beter over zulke kwesties nagedacht.

Maakt u zich echter geen zorgen: de schoonheid van de bloesems zal nooit kunnen worden geprivatiseerd, en ook zal ze nooit opgaan in het Systeem. Een zachtjes dwarrelend bloemblaadje bevestigt: zelfs Newtons zwaartekracht heeft er nauwelijks vat op.