Zwart zaad

Editoriaal

22 november 2015
Editoriaal
Auteur(s): Roderik De Turck
Hogescholen zitten in een financieel vagevuur.

Hogescholen zitten op zwart zaad kopt deze krant. Leuk weetje: de uitdrukking stamt van vogels die eerst de lekkere witte zaadjes oppeuzelen en dan pas aan de zwarte beginnen. Alsof de doorgevoerde besparingen slechts de voorkeuren beperken. Wat een trieste misvatting.

Bestuurders aller landen zagen graag, dat is ook zo in ons hoger onderwijs. Voor de laatste besparingsronde werd er ook beweerd dat iedereen op zijn tandvlees zat. Logisch is dat zeker. Hoe meer mensen denken dat je als leider moeilijke wateren moet navigeren, hoe meer ontzag ze hebben voor alle banale zaken die je gedaan krijgt.

Toch valt de ernst van de situatie moeilijk te onderschatten. Een groot deel van de hogescholen maakt verlies. Niet verwonderlijk. Per student krijgen hogescholen ongeveer evenveel als kleuterscholen krijgen per kleuter. En iedereen die niet inziet dat het een stuk meer kost om een verpleger op te leiden dan een kleuter te laten tekenen, heeft van loonkost en omkadering weinig kaas gegeten.

Mensen die op pensioen gaan, worden nu niet vervangen. Thomas More, met ongeveer 13.000 studenten, heeft een ploeg van zeven die instaat voor onderwijsvernieuwing. Zeven. Simpelweg omdat er geen geld is voor mensen die iets anders doen dan fulltime lesgeven. Pragmatische efficiëntiedenkers die zichzelf gelukkig prijzen met “minder geld naar overbodige studies” moeten beschaamd zijn te leren dat een meerderheid van de afstudeerrichtingen aan bijvoorbeeld Thomas More voor knelpuntberoepen bestemd zijn.

Per student krijgen hogescholen ongeveer evenveel als kleuterscholen krijgen per kleuter

Hoewel niet ideaal, is de situatie aan de universiteiten een stuk beter. De KU Leuven heeft nog steeds voldoende ruimte om vrolijk 500 euro per gesprek uit te keren voor een nieuw kwaliteitszorgsysteem (zie p.3). Dat ook hier het aanmoedigingsfonds niet meer gefinancierd wordt door de overheid en de reserves aangesproken moeten worden om toch nog te kunnen investeren, blijft een onomkeerbare realiteit.

Het is moeilijk al te vaak en al te pathetisch te pleiten voor hetzelfde. We worden om de oren geslagen met problemen en analyses. In hartje Brussel zijn de straten nu akelig leeg na de verhoogde terreurdreiging. Daarbovenop komt de vergrijzing, ons klimaat dat langzaam naar de knoppen geholpen wordt, onze economie die blijft slabakken en een Europese Unie waar de besluiteloosheid het gebrek aan solidariteit bijna evenaart. Om maar enkele problemen op te noemen.

Toch verdient onderwijs een plaats in uw bekommernis. Aan hoger onderwijs besteedt dit land minder dan 2 procent van het BBP. Dat is onder het OESO-gemiddelde. #waanzin zag ik een tijdje geleden verschijnen op Twitter. Gevatter kan ik het niet formuleren. De jeugd, u weet wel, die mensen die vaak ondoordachte principes hebben en nog nooit een cent belastingsgeld betaald hebben. Wel, die jeugd verdient beter.

Dat is eigenlijk niets nieuws. Niet voor ons, ook niet voor u en niet voor politici. Diezelfde politici reageren trouwens volgens een strak patroon. De ene kant kiest voor de grijsgedraaide “er is geen alternatief”-plaat. De andere kant beroept zich - al dan niet via een gecensureerde fuck - op het possibilisme-deuntje. Beiden bieden vooralsnog weinig soelaas voor hogescholen.

Onderwijs is te belangrijk om zo te laten verwateren. Te belangrijk om de problemen af te schepen met "ik hoop op beterschap." Te belangrijk om verdrongen te worden door andere prioriteiten. Het cliché is uitgemolken, maar investeren in onderwijs is wel degelijk investeren in de toekomst. De problemen die hierboven aangekaart worden, zullen niet vandaag of morgen opgelost zijn. Toch moeten we er vandaag én morgen aan denken. Want het meest dringende is de lange termijn.

Nu staan we stil. En stilstaan is achteruitgaan. Laat dat nu net zijn wat elke maatschappij vermijden moet.

Hoofdredacteur. Het editoriaal bevat een mening die gedragen wordt door de redactie.