INTERVIEW GRIEZELEN
Onze fascinatie voor het griezelen is eeuwenoud
Historicus Kristof Smeyers doet onderzoek naar occulte en bovennatuurlijke fenomenen in de negentiende en twintigste eeuw. Veto ging met hem in gesprek over Halloween, horrorfilms en onze liefde voor alles wat eng is.
Eind oktober, dat betekent weer lekker griezelen met Halloween. Maar waar komt die liefde voor het griezelen eigenlijk vandaan? En heeft die ook een geschiedenis? Wij gingen praten met Kristof Smeyers, postdoctoraal onderzoeker bij de onderzoeksgroep Cultuurgeschiedenis na 1750, en gespecialiseerd in de geschiedenis van magie, religie en wetenschap.
Smeyers kwam per toeval bij het paranormale terecht: 'De onderzoekscontracten die ik heb kunnen bemachtigen gingen altijd in die richting.' Hij begon met een doctoraat in de religiegeschiedenis, waarin hij vooral focuste op religie in de marges. Zo onderzocht hij bovennatuurlijke fenomenen, mensen die in extase gingen of die de kruiswonden van Christus op hun lichaam kregen. 'Dat paste binnen een groter project, waarbinnen ik dan wel een eigen paranormale niche heb gevonden. En dat is gewoon van daaruit blijven groeien.'
Horror
Onze fascinatie voor enge dingen is waarschijnlijk zo oud als de mens, vertelt Smeyers. 'Horror als een genre is natuurlijk ook veel ouder dan Hollywood. Enge boeken, enge verhalen en spookverhalen die aan het haardvuur werden rondverteld zijn altijd heel populair geweest.' Zelf is hij echter geen fan van horrorfilms. 'Ik ontwijk dat heel erg. Ik kan daar niet zo goed tegen', lacht hij.
Ook sommige historische bronnen zijn voor Smeyers overweldigend. In zijn onderzoek naar duiveluitdrijvingen kwam hij al schokkende beschrijvingen tegen. 'Er zijn een aantal bronnen, ook hier in het KADOC, die in heel veel detail uitleggen hoe zo'n duiveluitdrijving en demonische bezetenheid eruitzien. Die bronnen zijn soms heel intens.'
Het is moeilijk te zeggen wanneer Halloween juist in onze contreien de intrede deed. De maand oktober was volgens Smeyers al veel langer een griezelperiode. 'Ik denk dat Allerheiligen en Allerzielen historisch gezien altijd wel die impuls hebben gehad. Voordat we Halloweenmaskers gingen maken en pompoenen begonnen uit te kerven, waren kerkhoven rond deze periode wel de plek waar je griezelverhalen ging vertellen', zegt hij. 'Het zat in onze cultuur, maar we noemden dat gewoon geen Halloween.'
Leuvense bronnen
Uitgerekend in Leuven zijn daarover veel historische bronnen terug te vinden, omdat er in de jaren zestig een onderzoeksimpuls was in de volkskunde. 'Studenten werden opgedragen om te lande verhalen te gaan verzamelen. In de Bijzondere Collecties ligt een hele stapel licentiaatstheses van studenten die verhalen zijn gaan optekenen op de plaatsen waar ze vandaan kwamen.' Bijzonder boeiende bronnen dus. 'Ik probeer het studenten altijd op te dringen als onderwerp voor hun masterproef, maar met wisselend succes', lacht Smeyers.
De wortels van het Halloweenfeest zelf zijn waarschijnlijk ook al eeuwenoud. 'Halloween heeft heidense wortels. Of beter gezegd: zou heidense wortels kunnen hebben.' Het feest komt waarschijnlijk voort uit het heidense Samhain-feest, dat rond eind oktober of begin november gevierd werd. 'Het oorspronkelijke Samhain-feest is ouder dan het christendom, al is er geen bewijs dat het oorspronkelijke feest ging over contact met de doden.'
Heb je vragen of opmerkingen bij dit artikel? Stuur ze ons.