Word maar eens rector als professor

Het democratisch deficit van een rectorverkiezing

26 april 2021
Artikel
Auteur(s): Daan Delespaul
Het lijkt wel David tegen Goliath: de 'gewone' professor Tytgat tegen rector Sels. Opkomen als rector vereist geld en medestanders. Haalbaar voor een rector of decaan, minder voor een prof alleen.

Als Jan Tytgat op 11 mei tot rector wordt verkozen heeft hij alvast één primeur mee: nooit eerder schopte een gewone professor het tot rector aan de KU Leuven. Vooralsnog werden rectorverkiezingen gewonnen door vicerectoren, decanen of de zittende rector. Uitzondering is Rik Torfs, maar die was dan toch nog op zijn minst voorzitter van de bijzondere faculteit Kerkelijk Recht.  

Torfs kon bovendien al vroeg in zijn campagne buigen op een team van potentiële vicerectoren om een deel van het werk te verzetten. Ook Luc Sels werkte in 2017 met een heus campagneteam. Zo kon de voormalige decaan voor het eerst in de geschiedenis van de KU Leuven winnen van een zittend rector.  

Campagneteam

Wie zat er in dat campagneteam? Professoren en potentiële vicerectoren, maar, indirect, net zo goed personeel dat Sels ter beschikking had als decaan van de faculteit Economie en Bedrijfskunde. Tegenstrever Torfs kon dan weer de volledige machine van het rectoraat inzetten: van vicerectoren, zijn secretariaat tot zelfs de persoonlijke chauffeur van de rector.

Kan dat zomaar? In principe niet, verklaart een bron binnen de Verkiezingscommissie, al zegt het reglement weinig op dat vlak: 'Je moet toezien dat de campagne goed verloopt, en dat doen verschillende medewerkers van de diensten die lid zijn van de commissie zeer correct en scrupuleus, maar eigenlijk is er weinig regulering. Veel daarvan is gentlemen's agreement.'

'Je zou kunnen zeggen dat degenen die geen geld hebben zich nauwelijks kandidaat kunnen stellen'

Lid Verkiezingscommissie

De excessen bleven vooralsnog minimaal, maar het lijkt wel dat individuele professoren vaak niet over dezelfde voordelen beschikken. 'Je hebt geen ondersteuning van om het even wie', vertelt Stefaan Poedts, die als gewone professor in 2009 een gooi deed naar het rectorschap. 'Ik heb eigenlijk alles zelf gedaan.'

'Niet buiten proportie'

Net als andere kandidaat-rectoren stootte Poedts ook op een financiële muur. KU Leuven biedt kandidaat-rectoren geen onkostenbudget; wie rector wil worden, betaalt dus alles uit eigen zak. Poedts had geen drukwerk en werkte enkel met slides en een website. Tegenkandidaat Koen Geens, destijds kabinetschef van Vlaams minister-president Kris Peeters, beschikte daarentegen over verzorgde filmpjes: 'Toen dachten we ook: "Ah tiens, dat moet wel iets gekost hebben"', aldus een professor. 

Ook voor de huidige verkiezing is geen budget voorzien: 'Het reglement vermeldt dat het een intern-universitaire aangelegenheid is en dus niet buiten proportie mag gaan', vertelt een lid uit de commissie. 'Maar je zou kunnen zeggen dat degenen die geen geld hebben zich nauwelijks kandidaat kunnen stellen.'

'Die campagne heeft mij toch gemakkelijk een hele werkmaand heeft gekost'

Stefaan Poedts, voormalig rectorkandidaat

Een ander lid van de kiescommissie spreekt dat tegen: er zou wel degelijk een budget bestaan, maar het is onduidelijk hoeveel dit exact bedraagt. Vast staat dat Tytgat een onkostenvergoeding kreeg voor de uitbouw van zijn website. Sedert deze verkiezing werd ook een uitgavenplafond voor LRD-middelen uitgebouwd.

Expertise

Dan speelt nog een derde factor: expertise. Wie niet tot het Gemeenschappelijk Bureau of de Academische Raad behoort heeft op vlak van kennis een achterstand in te halen. 'Ik denk dat mij dat toch gemakkelijk een hele werkmaand heeft gekost', vertelt Poedts. Tytgat studeert naar eigen zeggen al sinds oktober.  

'Je denkt na over een programma, je ontwikkelt dat. En iedereen spreekt je aan: "Wat denk je van dit of dat?"', ervoer Poedts. 'Daar moet je dan liefst een mening over formuleren, hetgeen eerst wat studiewerk kost en gesprekken met betrokken collega's.' 

En aan de eindmeet is het niet altijd de visie die doorweegt: 'Ik ben met veel mensen gaan praten die mijn ideeën heel goed vonden, maar zich bijvoorbeeld al hadden verbonden aan Mark Waer. Die bleken zelfs al een papier ondertekend te hebben. Ik was te laat, dat heb ik heel vaak gehoord, al in de eerste week van de campagne.'