DE LEGENDE JOHAN VERBERCKMOES
Professor Johan Verberckmoes: 'Historici zijn mensen van de wereld'
Gewaardeerd om zijn menselijke stijl, bekend dankzij zijn korte pauzes waar hij iedereen laat rechtstaan. Professor Johan Verberckmoes is al jaren een vaste waarde in de opleiding Geschiedenis.
Op een grijze en ietwat miezerige maandagochtend traden we het statige Erasmushuis binnen op zoek naar Johan Verberckmoes. Na even zoeken ontmoetten we hem op zijn bureau. Wie daar binnentreedt, wordt niet alleen hartelijk verwelkomd door een van dé legendes van Geschiedenis, maar ook door de grote stapels boeken en archiefdozen die zijn kantoor rijk is.
'Zo herken je historici', lacht hij. 'Als ik op pensioen ga, moet ik die allemaal opgeruimd zien te krijgen.' De stapels zijn eveneens stille getuigen van een lange en vruchtbare carrière als onderzoeker en lesgever. Over die carrière hopen we dan ook uitgebreid te kunnen spreken.
We beginnen bij het begin: waarom besloot u Geschiedenis te gaan studeren?
Johan Verberckmoes: 'Al vanaf mijn twaalfde boeit geschiedenis mij. Ik kan daar niet echt een oorsprong op plakken. Mijn nonkel had wel een grote interesse voor het verleden, maar of dat de doorslag gaf, dat weet ik niet zo.'
'In het middelbaar is die fascinatie enkel verder gegroeid. Ik had het geluk dat in mijn laatste jaar professor geschiedenis Jan Buntinx uit Leuven uitleg kwam geven op mijn school in Sint-Niklaas. Die heeft mij dan een uur lang een examen laten afleggen.'
'Eigenlijk was dat meer een gesprek over geschiedenis studeren. Ik was helemaal verkocht, en ben dan naar Leuven getrokken. Het toeval wil trouwens dat professor Buntinx tot zijn pensioen in het kantoor zat waar ik nu al veertig jaar mijn uitvalsbasis heb.'
Hoe kijkt u terug naar uw studententijd?
'Ik heb vier jaar in Leuven gestudeerd, en een jaar in Engeland. Dat was geweldig! Wij hadden ook fantastische docenten. Tegelijkertijd was het ook heel anders dan dat ik me had voorgesteld. In mijn eerste jaar werd ik met mijn neus op de feiten gedrukt en dacht ik: "Hoe ga ik dat hier ooit klaarspelen?" Uiteindelijk bleek hard werken de sleutel.'
'Het meest memorabele moment was een lezing in mijn tweede jaar. De Franse historicus Jean-Paul Aron kwam spreken over eetgewoontes in de negentiende eeuw. Dat was een ongelooflijke Franse gentleman die daar in kostuum een lezing kwam geven waar we natuurlijk geen knijt van verstonden.'
'Maar we wisten dat Aron een heel beroemd historicus was, en we dachten: "Wauw, eigenlijk zijn historici mensen van de wereld."'
Hoe bent u professor geworden?
'Vooral door geluk te hebben. Toen ik terugkeerde uit Engeland kwam hier een halftijdse assistentenpositie vrij. Die job combineerde ik een zestal jaar met een functie als studieloopbaanbegeleider op het monitoraat. Ik werkte ondertussen ook aan mijn doctoraat onder professor Eddy Stols.'
'Na dat doctoraat was ik een tijdje werkloos. Gelukkig viste professor Patrick Pasture – met wie ik nog steeds goed bevriend ben – mij op voor een Europees project rond vakbonden. Daarna kreeg ik te horen dat ze aan de universiteit iemand nodig hadden die een cursus in het Engels kon doceren.'
'Omdat ik een jaar in Engeland had gestudeerd, was ik de taal machtig. Je kunt je dat nu eigenlijk niet meer voorstellen, maar ik was een van de weinigen. De meeste proffen spraken Frans als internationale taal.'
Is die uitwisseling ook de reden waarom u, in tegenstelling tot andere professoren, Engelstalige masterproeven begeleidt?
'Goh, dat hangt toch vooral samen met de internationale dimensie die ik ook nastreef in mijn onderzoek. Professor Pasture en ik stelden rond het jaar 2000 vast dat de opleiding nog altijd te provinciaal was. Dan zijn wij maar gestart met een Engelstalig masterprogramma: Europe and the World.'
'Toch zal ook mijn uitwisseling naar de universiteit van Hull een rol hebben gespeeld, want ik maakte daar een fantastisch verrijkende periode mee. Hull stond op dat moment enorm onder druk door het besparingsbeleid van de toenmalige Britse prime minister Margaret Thatcher.'
'Die had dat jaar het budget met een kwart verkleind omdat ze de universiteit te links vond. Hull probeerde dat gat dicht te rijden door afspraken te maken met continentale universiteiten over uitwisselingen. Dat was nog voor Erasmus ontstond, dus gelukkig kreeg ik een beurs, anders was ik niet gegaan.'
'Ik kwam daar dus terecht in een internationale groep studenten. Zo heb ik de kamer gedeeld met een Duitse student, Claus Schlindwein, wiens vader beheerder was van het Zwarte Woud. Die wist mij toen al te vertellen dat het woud aan het afsterven was. Op die manier kwam ik in contact met nieuwe ideeën. Dat was heerlijk.'
Waar komt uw interesse voor de nieuwe tijd vandaan?
'Die interesse is ontstaan tijdens mijn studies. In het tweede jaar hadden we een historische oefening bij professor Eddy Stols. Die gaf ons heel veel vrijheid om met allerlei thema's aan de slag te gaan. Al snel stelde ik vast dat je heel wat origineel onderzoek kunt doen over die periode.'
'Bovendien was de nieuwe tijd perfect combineerbaar met een andere interesse die ik heb: wereldgeschiedenis. In de middelbare school las ik al over internationale politiek, en ook tijdens mijn studies verkoos ik een mondiale invalshoek boven lokale of regionale geschiedenis.'
'Na vijf mondelinge examens hadden wij door hoe we op de prof moesten inspelen'
'Tijdens mijn licentiaat kwam daar dan nog Zuid-Amerikaanse geschiedenis bij. Mijn toenmalige promotor professor Stols was daarin gespecialiseerd. Humorgeschiedenis vond hij allemaal goed en wel, maar hij wilde mij toch vooral Latijns-Amerikaanse geschiedenis laten doen.'
'Ook emotiegeschiedenis, een derde studieveld dat mij aansprak, sloot aan bij de vroegmoderne periode. Indertijd werd dat nog mentaliteitsgeschiedenis genoemd. Bijna alle beoefenaars waren toen Franse historici die focusten op de nieuwe tijd, dus dat legde een heel duidelijk spoor.'
Wat is uw favoriete vak om te doceren?
'Op dit moment is dat – misschien niet verrassend – het eerstejaarsvak geschiedenis van de nieuwe tijd. Ik vind het fantastisch om mijn passie over te dragen op eerstejaars. Je ziet hun interesse openbloeien. Tegelijkertijd maak je ook mee hoe ze tegen een muur oplopen.'
'Ik zie ze op het begin van het semester vaak denken: "Oh la la la, hoe ga ik dat hier ooit moeten studeren?" Ook dat is de vrijheid van het onderwijs: af en toe eens kennis maken met die muur. De meerderheid van de studenten komt er dan gelukkig wel met de nodige hoeveelheid doorzettingsvermogen. '
'Als ik ze toch nog een tip mag geven: probeer hoofd- van bijzaak te onderscheiden. Dat is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan, want ik doe in de lessen exact het tegenovergestelde: ik vertel alles.'
Nu we het toch over de eerstejaars hebben: bij uw vak komen ze voor de eerste keer in aanraking met een mondeling examen. Vanwaar de keuze voor mondeling?
'Dat is eigenlijk een restant van het verleden, toen was alles mondeling. Ik vond dat overigens een zaligheid. Na vijf mondelinge examens hadden wij door hoe we moesten inspelen op de prof die voor ons zat.'
'Met corona is dat allemaal wat verminderd, en momenteel denk ik dat er te weinig mondelinge examens zijn. De mix moet juist zitten. Het mondeling kunnen toelichten van kennis is een vaardigheid die studenten later zullen kunnen gebruiken op het werk. Zeker voor historici is dat noodzakelijk.'
'Soms vergeten ze dat wij professoren geen goden zijn'
'Bijkomend kan ik veel preciezer punten geven dan met een schriftelijk examen. Daar geef je toch vooral een algemeen cijfer. Tijdens een mondeling examen kan ik daarentegen peilen naar de kennis die studenten echt bezitten, en ze daarvoor ook correct belonen.'
'Ik stel vast dat er vaker studenten niet komen opdagen. Dat ze die drempel niet over durven is zeker een probleem. Je moet gewoon proberen, ook al beheers je misschien niet alle leerstof. Uiteindelijk is de persoon die voor je zit ook maar een mens. Studenten vergeten soms dat wij professoren geen goden zijn.'
Afgelopen jaren kreeg geschiedenis een steeds prominentere rol in de maatschappij, en ook het aantal studenten groeide. Hoe verklaart u dat?
'Als goede historicus moet ik dat toch een beetje in perspectief plaatsen. Van een echte groei kun je niet spreken, het gaat eerder in golven. Het aantal studenten geschiedenis in alle Vlaamse universiteiten is altijd hoog geweest. Dat was al in mijn tijd, en is eigenlijk zo gebleven. De historische interesse is dus breed gedragen.'
'Toch is het zo dat de recente schijnbare stuurloosheid van de wereld de zichtbaarheid van geschiedenis doet toenemen. Het is vaak de rol van een historicus om gebeurtenissen te nuanceren. Dat doet die bijvoorbeeld door aan te tonen dat die stuurloosheid helemaal niet zo nieuw is. Historici zijn daar bekwaam in, en zijn dus ook nodig in de maatschappij.'
'Een tweede reden voor de groeiende zichtbaarheid is volgens mij dat historici verschillende stemmen tegen elkaar kunnen afwegen. Dat is iets wat in andere opleidingen nauwelijks aan bod komt. Je moet niet één bron hebben, maar twee of drie vooraleer je een waardevolle uitspraak kunt doen. Dat is vandaag de dag relevanter dan ooit, in tijden van desinformatie en algoritmes.'
In 2023 was u te zien in het Verhaal van Vlaanderen. Welke rol heeft geschiedenis volgens u in de maatschappij?
'Onze samenleving is op historisch vlak bijzonder complex. We zitten hier met verschillende lagen die samen hangen. Denk bijvoorbeeld aan de manier waarop het Vlaamse, Belgische en Europese verleden in elkaar verweven zitten. Met geschiedenis is het mogelijk die lagen een beetje uit elkaar halen. Vervolgens kun je dan mythe van waarheid onderscheiden.'
'Dat blijft nodig, want ik stel geregeld vast dat bepaalde mythes hardnekkig zijn. Een van de grootste blinde vlekken is het idee dat de Spanjaarden ons in de zeventiende eeuw bezet zouden hebben. Als je dan zegt dat ook die eeuw eigenlijk een bloeiperiode was, wordt dat minder aanvaard. Dat past namelijk niet in het klassieke beeld.'
'Ik word regelmatig aangesproken op mijn passage in het Verhaal van Vlaanderen, ook al verscheen ik daar slechts enkele momenten. Dat toont toch aan dat er een bepaalde gretigheid is om bij te leren. Die gretigheid vind ik belangrijker dan hier en daar een fout detail.'
Tot buiten de geschiedenisaula's toe staat u erom bekend studenten elk half uur even te laten rechtstaan. Hoe bent u op dat idee gekomen?
'Een vijftiental jaar geleden lanceerde de voormalige vicerector Rik Gosselink dat idee vanuit zijn kennis in de bewegings- en revalidatiewetenschappen. De achterliggende gedachte was dat studenten te veel zitten, wat natuurlijk ongezond is.'
'Ik ben dan samen met een aantal collega's dat advies in praktijk beginnen om te zetten. De meesten zijn daar na een tijdje mee gestopt, maar ik houd eraan vast ook tijdens elke lezing die ik organiseer het initiatief verder te zetten. Niet zozeer de inhoud van de lezing blijft dan plakken, wel dat ik de aanwezigen recht liet staan. Ik merk nu dat ik daardoor bekend ben.'
'Het echte voordeel zit echter op cognitief vlak. De indommelende hersenen van de studenten krijgen even tijd om op adem te komen. Dat is eigenlijk het geheime agendapunt. Het is dan nog eens mooi meegenomen dat ook de studenten zelf de actie waarderen.'
Heb je vragen of opmerkingen bij dit artikel? Stuur ze ons.