ANALYSE HUMOR

Humor moet je koesteren: 'Een grap is niet voor de eeuwigheid gemaakt'

Tijdens de meest recente editie van Erfgoeddag stond humor centraal. Behoort de droge dijenkletser, de sarcastische opmerking of de interne gezinsgrap tot immaterieel erfgoed? Volgens experts wel: ‘Humor zegt heel veel over de tijdgeest.'

Gepubliceerd
Leestijd: 4 min

Op zondag 26 april vond in Vlaanderen en Brussel naar jaarlijkse gewoonte een nieuwe editie van Erfgoeddag plaats. Onder die noemer vinden er die dag doorheen het land enkele interessante activiteiten plaats. Zoals gewoonlijk koos de organisatie opnieuw voor een centraal thema. Stond dit jaar op het programma: humor.

De link tussen erfgoed en humor is voor velen waarschijnlijk minder snel gelegd, maar volgens Thomas Winters, AI-onderzoeker aan de KU Leuven, is humor een fundamenteel en tegelijkertijd sterk ondergewaardeerd stuk van ons cultureel erfgoed. 'Hoewel er van iedereen verwacht wordt een gevoel voor humor te hebben, krijgen we er op school vreemd genoeg nooit les in.'

Wat humor voor hem vooral fascinerend maakt als historisch document, is de vluchtigheid ervan: 'Moppen van de oude Grieken vinden we vandaag zelden nog grappig, simpelweg omdat we de specifieke culturele context en achtergrond missen. Juist daarom zijn grappen uit het verleden de ideale getuigen: ze vertellen ons haarfijn wat een samenleving dacht, wat absoluut taboe was, en welke normen de tijdgeest domineerden.'

'We maken voortdurend een inschatting in onze dagelijkse omgang met elkaar: tegen wie kan ik wat zeggen op welke manier?'

Bert Oben, hoofddocent Taalkunde (KU Leuven)

KADOC-expert erfgoededucatie en publieksmedewerker Roeland Hermans benadrukt deze tijdgebondenheid. 'Humor is niet voor de eeuwigheid gemaakt; wat in de negentiende eeuw grappig was, is dat vandaag niet meer per se,' vertelt hij. 

'Grappen sluipen vaak ons alledaagse taalgebruik binnen via de media. Denk aan memorabele quotes uit reeksen als F.C. De Kampioenen of Het Eiland, die fungeren als pasmunt in een gesprek, totdat nieuwe generaties de referentie niet meer begrijpen en de grap zijn betekenis verliest.'

Bindmiddel van de samenleving

Hoewel humor tastbare sporen achterlaat (denk maar aan spotprenten of moppenboeken), schuilt de ware erfgoedwaarde in het immateriële karakter. Bert Oben, hoofddocent Taalkunde aan de KU Leuven, beschouwt humor in de eerste plaats als een sociaal en cognitief instinct: 'We maken voortdurend een inschatting in onze dagelijkse omgang met elkaar: tegen wie kan ik wat zeggen op welke manier?'

'In de linguïstiek spreken we vaak van de benign violation theory', gaat Bert Oben verder: 'Humor is een goedaardige schending van een norm of verwachtingspatroon. De situatie moet veilig of onschuldig genoeg zijn opdat we het absurde of grensoverschrijdende kunnen waarderen. Die gedeelde waardering smeedt een krachtige sociale band. Humor is op die manier het perfecte middel om te tonen tot welke groep je behoort, maar tegelijk kan het buitenstaanders uitsluiten.'

Hermans ziet dit zelfs op het kleinste niveau: 'Een kerngezin dat lacht om een verkeerd uitgesproken woord van een kind, hanteert een code die een "buitenstaander", zoals een nieuwe schoonzoon, initieel volstrekt niet zal begrijpen.'

Maatschappelijke druk

In tijden van verhitte debatten rond woke en cancel culture lijkt de grap steeds vaker onder vuur te liggen. De experts nuanceren die stelling stellig. Oben gelooft niet dat humor wezenlijk bedreigd wordt: 'Je zit natuurlijk met een verwachtingspatroon, en je moet steeds een balans vinden. Het cruciale onderdeel zit in het feit dat geslaagde humor een vorm van aanvoelen is.'

'Humor staat niet onder druk, we worden ons gewoon veel bewuster van de veranderlijkheid ervan'

Roeland Hermans, KADOC

Zelfs onder zwaar onderdrukkende, orthodox-religieuze of autoritaire regimes vindt humor altijd een uitweg als noodzaak: 'Er zijn in zo’n kringen vaak strenge regels over waar je wel en niet mee kan lachen, maar vanuit onze psychologie hebben we nood aan die ontlading', zegt Oben.

Het documentatie- en onderzoekscentrum KADOC ging op Erfgoeddag actief in dialoog met deze verschuivende grenzen. Zij vertonen fragmenten uit een reeks historische koloniale missiefilms waarin humor oorspronkelijk een educatieve en moraliserende functie diende, maar die we vandaag lezen als doordrenkt met koloniale, racistische, seksistische en paternalistische ondertonen. 

In plaats van deze beelden simpelweg te projecteren of te cancellen, laat KADOC kunstenaars met dit historisch materiaal aan de slag gaan om hedendaagse tegenwichten en perspectieven te bieden. 'Humor staat niet onder druk, we worden ons gewoon veel bewuster van de veranderlijkheid ervan', besluit Hermans. 'Door de lens van de humor begrijpen we beter hoe identiteiten zich vormen en machtsverhoudingen verschuiven.'

Computers

Hoe gelaagd dit ogenschijnlijk simpele menselijke fenomeen is, ontdek je pas echt wanneer je het aan een machine probeert uit te leggen. Winters beschrijft humor in de artificiële intelligentie als een AI-complete problem. 'Om één simpele woordspeling te begrijpen, moet een AI niet alleen briljant zijn in taal, maar ook beschikken over gigantische hoeveelheden wereldkennis, cultuur en redeneervermogen.'

Humor rust vaak op 'incongruentieresolutie', gaat Winters verder: 'Een setup wekt een bepaalde verwachting, bijvoorbeeld: "de dreiging van een tijger in de bosjes" en de punchline of ontknoping rukt dat beeld plots uit de context, wanneer het maar een onschuldig konijntje blijkt te zijn. Het brein moet plots op zoek naar een nieuwe interpretatie om dat raadsel razendsnel op te lossen, en de resulterende opluchting wekt onze lach op.'

'We zoeken onbewust naar partners met een gelijkaardige humor als bewijs van intellect en een gedeeld wereldbeeld'

Thomas Winters, AI-onderzoeker (KU Leuven)

Hoewel AI steeds spitsvondiger wordt, stelt Winters dat zo'n 90 procent van wat we dagelijks als humor bestempelen, eigenlijk helemaal geen strakke moppen zijn. 'Het is simpelweg "sociale punctuatie": giechels en lachjes om te tonen dat we elkaar begrijpen, dat we vrienden zijn en er geen dreiging is. Dat warme, rommelige en uiterst menselijke cafégevoel laat zich niet zomaar in nulletjes en eentjes vangen. Dat maakt humor misschien wel de meest ongrijpbare, maar ook de meest levende vorm van erfgoed die we bezitten.'

Een evolutionair wapen

Waarom we als soort überhaupt lachen, blijft overigens deels een evolutionair mysterie. Volgens Winters speelde humor vermoedelijk een cruciale rol in onze natuurlijke selectie: 'We zoeken onbewust naar partners met een gelijkaardige humor als bewijs van intellect en een gedeeld wereldbeeld.'

Oben voegt daar de vaak aangehaalde "superioriteitstheorie" aan toe. 'Soms is lachen helemaal niet zo diepgaand', stelt hij: 'we schieten vaak simpelweg in de lach wanneer iemand over zijn eigen voeten struikelt, puur uit de geruststelling dat wij zelf niet de pineut of de "dommerik" zijn.'

Precies dat brede spectrum van scherp intellect tot banaal leedvermaak maakt humor tot een ongewone, maar verdedigbare status als erfgoed. 'Het daagt het klassieke idee van wat erfgoed is uit', besluit Hermans. 'Door niet uitsluitend op tastbare sporen of gebouwen te focussen, doorbreken we de verwachtingen van het publiek. Het toont aan dat ons verleden niet louter opgesloten ligt in erfgoeddepots, maar springlevend is.'

Heb je vragen of opmerkingen bij dit artikel? Stuur ze ons.

Powered by Labrador CMS