NAVRAAG INGE VRANCKEN
Inge Vrancken: 'Als ik met mijn voeten in de ellende sta, kan ik overbrengen hoe oorlog écht voelt'
Midden-Oosten-journaliste en oorlogsreporter Inge Vrancken pendelt al jaar en dag tussen frontlijn en beeldscherm: 'Ik twijfel constant over mijn job, maar dat is juist goed.'
'Het is een stevig jaar', zucht Inge Vrancken. 'En het ziet er niet naar uit dat het snel rustiger zal worden.' Als oorlogsverslaggever trekt ze al meer dan twintig jaar naar conflictgebieden in de regio. 'We hebben in de media soms de neiging om die conflicten te reduceren tot iets waar internationale leiders verklaringen over afleggen. Terwijl het uiteindelijk áltijd gaat over mensen die door de situatie afzien.'
Ze was 21 tijdens haar eerste reis naar Gaza. 'Na de Oslo-akkoorden was de geschiedenis tussen Israëli's en Palestijnen iets waar ik in wilde duiken en dus trok ik naar Israël, de Westbank en naar Gaza. Dat was toen ook al een behoorlijk afgesloten gebied. Kort ervoor was de Palestijnse leider Yasser Arafat uit ballingschap teruggekeerd naar Gaza. En ik wou graag zien waar die man werkte', vertelt ze.
Na tien minuten bellen moesten de bewakingsagenten haar teleurstellen: "I'm really sorry, mister Arafat has no time for you today", bleek hun antwoord te zijn. 'Chance', dacht ze, 'ik zou bij God niet geweten hebben wat ik aan hem moest vragen.' Die eerste dag in de Gazastrook opende haar ogen: 'In 1993 was Gaza al immens druk bevolkt. Al dat lawaai, mensen zo kort op elkaar, de vuiligheid: dan begrijp je dat ze daar kwaad zijn, dat daar verzet in zit.'
In haar beginjaren aan de openbare omroep stond ze mee aan de wieg van het jeugdnieuws Karrewiet, later werd ze verslaggever voor VRT NWS. Na enkele jaren als hoofdredacteur van Het journaal pendelt ze sinds 2020 weer tussen de Reyerslaan en de frontlinie, om opnieuw verhalen over conflicten in de regio op ons beeldscherm te brengen. 'Als ik mee met mijn voeten in de ellende sta, kan ik veel beter overbrengen hoe oorlog écht voelt.'
Welk gevoel overheerst wanneer u na een passage in het Midden-Oosten weer in België bent?
Inge Vrancken: 'De eerste dagen zijn altijd moeilijk. Als je uit zo'n conflictzone komt, blijf je het ook opvolgen: ik vertrek, maar de problemen daar zijn natuurlijk nog niet opgelost. Meestal blijf ik gewoon thuis en spreek ik een paar dagen met niemand, om de "Hoe was het?"-vraag te vermijden. Je bent ook plots in een heel andere wereld. Iedereen heeft recht op zijn eigen zorgen en besognes, dus ik wil de zaken waar mensen hier over klagen, niet minimaliseren.'
Twijfelt u ooit aan uw keuze voor oorlogsverslaggeving?
'Ik twijfel constant. Ik denk dat dat goed én nodig is. Een van de moeilijkste aspecten aan mijn job is om de afweging te maken hoeveel leed je exact toont. Je wil natuurlijk zo dicht mogelijk bij de waarheid blijven en overbrengen wat oorlog écht voor mensen betekent, maar tegelijkertijd moet je er ook voor zorgen dat mensen hier niet afhaken.'
'De laatste jaren zeggen veel mensen dat ze al dat leed niet aankunnen, en ik vind wel dat je daar rekening mee moet houden. Als je al die inspanningen doet om de verhalen van daar te brengen, wil je ook impact hebben. Je denkt dus constant na over wat je wel en niet toont, zonder afbreuk te willen doen aan wat er eigenlijk aan de hand is.'
Hoe kijkt u naar die bewuste nieuwsvermijders, die zich afsluiten voor wat er elders gaande is?
'Goh, toch wel met enige mildheid. (lacht) Ik hoop dat we beseffen hoe ongelofelijk goed we het hier hebben, en dat het een luxe is om weg te kijken van alle ellende. Heel veel mensen hebben dat privilege niet, want ze zitten er middenin. Maar een mens blijft een mens. We kunnen niet al het leed van de wereld op onze schouders dragen en er dan zelf depressief van worden: daar heeft ook niemand iets aan.'
Door de jaren heen heeft u een uitgebreid netwerk opgebouwd in de regio. Zijn mensen er wantrouwiger geworden ten opzichte van westerse journalisten?
'Over het algemeen zijn mensen bijzonder dankbaar dat je de moeite doet om naar hun conflictgebied te komen en hun verhalen op te tekenen. Maar er is wel een verschuiving: er heerst een moedeloosheid. Ze hebben al zo vaak hun verhaal gedaan, en nog verandert er niets.'
'Op dit moment komt in het Midden-Oosten het meeste wantrouwen vanuit de Israëlische bevolking. Zij staat heel wantrouwig tegenover het westen tout court, omdat er veel kritiek geuit wordt op het beleid van hun regering en leger.'
De Israëlische bevolking blijft nog standvastig achter het beleid van haar regering staan?
'Het overgrote deel wel. Ik merk in Israël ook fel in welke bubbel mensen leven en willen leven. Er is weinig sprake van censuur door de overheid, maar een groot deel van de bevolking doet aan zelfcensuur. Er zijn veel andere bronnen en kritische stemmen, maar mensen raadplegen ze bewust niet.'
'Ik vind het daar dan ook heel interessant om te begrijpen vanwaar dat komt: waarom kijken zij zo anders naar de situatie? Wij zien Gaza, Libanon, de Westelijke Jordaanoever. En wij zien daar een etnische zuivering, genocidaal geweld en apartheidsregels. Dat vind ik mijn grootste rol als journalist: begrijpen. Bij een publiek wordt dat soms verward met sympathie. Maar ik denk dat begrip de enige manier is om tot een oplossing te komen. '
'7 oktober 2023 heeft veel dominostenen in gang gezet in het hele Midden-Oosten, en dat bepaalt, zeker in Israël, het denken en doen van vandaag. Momenteel richt dat zich vooral op Palestijnse extremisten. Wat nog niet uitgesproken is, maar ik denk dat het nog gaat komen, is de kritiek richting eigen leger en veiligheidsdiensten. "Hoe is dit in godsnaam kunnen gebeuren?", is een onderzoek dat maar niet gevoerd wordt.'
U verwacht dat er nog een interne bom zal ontploffen?
'Ik hou mijn hart vast voor hoe de Israëlische gemeenschap verder gaat evalueren. Momenteel is het voor hen onmogelijk om in te zien wat er écht aan de hand is in Gaza. Ooit zal dat wel open op tafel liggen, en zullen zij daar als samenleving mee om moeten gaan.'
Een pro-Palestijnse ingesteldheid wordt door de Israëlische regering, en door bepaalde delen van de Israëlische en Joodse gemeenschap bij uitbreiding, direct als antisemitisme beschouwd.
'De mooiste anekdote daarover heb ik gekregen van een 18-jarige Israëlische, die haar tweejarige legerdienst weigerde. Sommigen laten zich expres medisch afkeuren, maar zij is echt op een podium gaan staan om te verkondigen: "Ik wens niet in dit leger te dienen." Ze is daarvoor naar de gevangenis gestuurd.'
'Toen ze weer vrij was, heb ik met haar gesproken, en een uitspraak is me goed bijgebleven: "Alle kritiek op Israël, de regering en het militair beleid, worden weggezet als antisemitisme. Als we dat kaderen als kritiek om wie we zijn, en niet om wat we doen, kunnen we gewoon verder blijven gaan."'
Bent u ter plaatse altijd vergezeld van een tolk?
'Ik spreek een beetje Arabisch, maar niet genoeg om zelf interviews te doen. We doen sowieso altijd een beroep op tolken, die veel meer zijn dan alleen hun vertaalkunst: ze zijn je toegangspoort. Mensen blijven wel wantrouwig naar vreemden toe.'
'Mensen zouden graag een zwart-wit-uitleg krijgen, maar zo werkt het nu eenmaal niet'
'In Libanon, na de bieperaanval op Hezbollah, besefte men dat het land vol zit met Israëlische spionnen. Dat maakte velen achterdochtig naar buitenlanders toe. En in sommige buurten ook naar mij toe, als vrouw met geblondeerd haar. Dan ben je dus best vergezeld van een local, die de situatie door en door kan inschatten.'
Is kennis van de lokale taal dan niet noodzakelijk om aan onafhankelijke journalistiek te doen?
'Nee, want dan zou er héél weinig onafhankelijke journalistiek zijn. Maar de taal kennen helpt wel: mensen krijgen snel het gevoel dat je sympathie voor hen hebt, als je hun taal spreekt. Onafhankelijke journalistiek draait vooral om met een heel open blik naar de wereld te kijken en dingen durven benoemen, ook als die niet perfect in een zwart-wit plaatje passen.'
'Je moet over de nuance berichten als deel van de feiten. Zeker in het westen wordt alles in het Midden-Oosten als "te complex" weggezet. Mensen zouden inderdaad graag een zwart-wit-uitleg krijgen, want dan is het makkelijker te begrijpen. Maar zo werkt het nu eenmaal niet. Je kan dat nooit allemaal vatten in één verhaal of één reis.''
De autoriteit van grote VRT-journalisten werd vroeger nauwelijks in vraag gesteld. Vandaag krijgen ze meer kritiek te verduren.
'Vroeger was er een bijna grenzeloos vertrouwen in de klassieke media, zeker in de openbare omroep. Ik vind het goed dat mensen ons kritische vragen stellen – dat houdt ons scherp – maar je merkt dat er meer aan de hand is. Er wordt getornd aan de geloofwaardigheid van de klassieke media om wantrouwen onder de bevolking te installeren, zodat alternatieve media met hun eigen discours kunnen komen.'
'We weten wel dat, als het erop aankomt, mensen altijd eerst teruggrijpen naar de VRT voor hun informatie: dat vertrouwen is er nog steeds. Maar de werking van openbare omroepen in heel Europa wordt ondermijnd, en ik maak me daar oprecht zorgen over. Dat is het begin van de afbrokkeling van een heel belangrijke democratische waarde.'
Hoe kan de journalistiek zich daar tegen weren?
'We mogen vooral niet in paniek slaan. Bij de VRT zetten we nu heel hard in op factchecken, en proberen we transparanter te zijn in onze werking. We dragen nu eenmaal zelf ook een verantwoordelijkheid. Het is zeker niet zo dat journalisten zomaar wat doen. Als wij als openbare omroep uit de bocht gaan, kan het zijn dat we het in het Vlaams parlement moeten komen uitleggen.'
In 2002 heeft u Karrewiet mee opgericht. Ziet u er op toe dat nieuws uit het Midden-Oosten ook het jeugdjournaal bereikt?
'Oh, maar daar moet ik absoluut niet op toezien. (lacht) Als ik in de regio ben, probeer ik ook altijd iets voor Karrewiet te draaien en kinderen te interviewen. Omdat ik het programma heb opgestart, ken ik het als geen ander. Maandag was ik op een evenement, waar een klein gastje op me afkwam: "Ah, Inge!", zei hij, omdat hij me van Karrewiet kende.'
Komen die interviews met kinderen daar harder binnen bij u?
'Niet noodzakelijk, omdat je merkt hoe weerbaar kinderen zijn. Dat is echt ongelofelijk. We proberen ook wel om hen niet alleen als slachtoffers af te schilderen: als we binnen Karrewiet kinderen opvoeren in oorlogs- en conflictgebieden, is dat vaak omdat ze iets ondernemen om de situatie beter te maken.'
In een interview met Humo vorige maand zei oud-journalist Johan Depoortere dat 'het jachtige format van Het journaal tekort schiet om de wereld helder uit te leggen'. Moet er te vaak worden ingeboet op nuance?
'Ik denk dat het een ongelofelijk naïeve gedachte is om te denken dat Het journaal over alle onderwerpen, voor alle Vlamingen, in alle nuance, de wereld volledig kan uitleggen. VRT NWS bestaat ook uit zoveel meer dan Het journaal. Het journaal is de poort naar zoveel meer – het is de algemene deler. Maar je hebt nooit genoeg tijd, en er gebeurt zoveel in de wereld, dat je keuzes moet maken die je niet wilt maken.'
Een vrouw die aan oorlogsverslaggeving doet, is hier vrij uniek. Botst u op bepaalde vooroordelen?
'In België is dat vrij uniek, in de rest van de wereld niet. Overal waar ik kom, zie ik minstens evenveel vrouwen als mannen aan verslaggeving doen. Ook in conservatieve islamitische regimes zijn ze tolerant, omdat je wordt bekeken als westerse vrouw.'
'Het grote voordeel is dat ik zelf meer toegang tot de vrouwen heb, en daar ben ik al regelmatig op verrassingen gestoten. Het is me al voorgekomen dat, eens de mannen weg zijn, ze in je in oor beginnen te fluisteren en je merkt dat zij perfect Engels kunnen. Dan dacht ik: "Fuck, die mannen weten dat gewoon niet." Do not underestimate Muslim women. Echt waar, ik zie daar zoveel kracht en creativiteit.'
Wat vindt u van de controverse rond de deelname van Israël aan het Eurovisiesongfestival?
'Ik moet daar binnenkort verslag over uitbrengen. (lacht) Ik ben heel benieuwd hoe dat de volgende weken gaat lopen. De controverse komt voor een stuk voort uit de frustratie en het gevoel van machteloosheid omdat de internationale politiek geen actie onderneemt tegen de grove schendingen van het internationaal recht. Het zou voor veel mensen een belangrijk symbool zijn als Israël wél uit de wedstrijd wordt gezet. Voor het derde jaar op rij zal Eurovisie dus overschaduwd worden door een politiek verhaal.'
Veto's vriendenboekje
Wat was je grootste droom als kind?
'Ik had twee grote dromen: ofwel journalist, ofwel musicalactrice worden. Ik heb nog ingangsexamen gedaan voor Herman Teirlinck, maar daar besefte ik: het zal wel de journalistiek worden.'
Wat zou je laatste avondmaal zijn?
'Mag ik maar één ding kiezen? Ik ben niet zo'n fan van of-of, eerder van en-en. Dus: spaghetti bolognese en sushi. Maar niet tegelijk!' (lacht)
Op welk dier lijk je het meest?
'Laat me zeggen … een beer. Zeer knuffelbaar, maar val me niet aan, want dan komen de klauwen uit.'
Wat zou je doen met een miljoen?
'Nog meer reizen en een buitenverblijf kopen, ergens op een strand. Dan kan ik elke dag wakker worden met zicht op zee: het beste wat er is.'
Heb je vragen of opmerkingen bij dit artikel? Stuur ze ons.