ACHTERGROND ACADEMISCHE VRIJHEID
Nederland scoort slecht op academische vrijheid: 'Onderwijs is in België beter beschermd'
In de Academic Freedom Index (AFI), die de academische vrijheid in 179 landen bevraagt, staat België op plek drie. Nederland scoort dan weer het slechtste van de westelijke EU-landen. Waar is de academische vrijheid bij onze noorderburen gebleven?
De laatste weken domineerde academische vrijheid het debat aan de Vlaamse universiteiten. De UGent stelde de controversiële filosoof Nathan Cofnas aan. De VUB besloot dan weer om de geplande benoeming van sociaal geograaf Harry Pettit aan zich voorbij te laten gaan, naar aanleiding van zijn uitspraken over Israël die de universiteit zag als het aanzetten tot haat en geweld.
Voorstanders van de ene aanstelling zijn vaak tegenstanders van de andere. Bij het verdedigen van de aanstelling van jouw favoriete onderzoeker wordt steevast beroep gedaan op de term 'academische vrijheid'. Volgens de Academic Freedom Index (AFI) is het met die vrijheid in België niet zo slecht gesteld als de media de voorbije weken deden uitschijnen.
Academic Freedom Index
De AFI is onderdeel van het Zweedse V-Dem-project dat de wereldwijde democratie op verschillende vlakken wil evalueren. Met de AFI houdt het project voor 179 landen bij hoe het daar gesteld is met de academische vrijheid. Wat blijkt? België staat met een score van 0,95 op plaats drie van de wereld. Nederland daarentegen scoort met 0,76 dan weer het laagst van de westelijke EU-landen.
Een historische duik in de index leert ons dat die lage score in Nederland geen plots verschijnsel is. De neerwaartse trend werd al in 2020 ingezet. Tot dat jaar haalden onze noorderburen steevast scores om en nabij 0,90. De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) trok daarom vorig jaar aan de alarmbel met een rapport.
Het rapport is stellig: de academische vrijheid staat onder druk in Nederland. De KNAW deed een oproep aan de overheid en politieke partijen, maar ook aan de onderzoeksinstellingen en de onderzoekers zelf om de academische vrijheid mee te vrijwaren. Voor een oplossing op lange termijn kijkt de Akademie dan weer naar een juridische verankering van de academische vrijheid.
Hoewel de AFI een pijnpunt blootlegt, moeten we dat cijfer wel stevig relativeren, vindt jurist Peter Kwikkers. 'Die rankings laten de gevoelstemperatuur zien van een vrij willekeurige groep. Je moet niet op een decimaal verschil kijken. Als je door je oogharen kijkt, zijn de verschillen tussen die eerste dertig landen maar klein.'
'Bepaalde academici spreken zich uit over thema's die niks te maken hebben met hun vakgebied'
Kwikkers stond tussen 1982 en 1997 als stafjurist bij het Nederlandse Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) mee aan de wieg van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW). Dit jaar bracht hij het boek Uitzicht op Academische Vrijheid – een conceptueel recht uit, waarin hij het concept analyseert en duidt en voorstellen uitwerkt om het te vrijwaren.
Volgens hem moet de index gerelativeerd worden, omdat het een gevoelsenquête betreft: 'Ik vind dat Belgen zich altijd voorzichtiger en ronder uitdrukken dan Nederlanders. Wij zijn qua volksaard toch een stuk vierkanter en misschien ook activistischer. Vlaamse media en praatprogramma’s zijn veel journalistieker en genuanceerder. Het veiligheidsgevoel is volgens mij waarom de score in Nederland een stuk lager uitpakt.'
Israël en Palestina
Daan Oostveen, docent Filosofie en Religie aan de Universiteit voor Humanistiek, gelooft net als Kwikkers dat de sterke tegenstrijdige opinies in Nederland de campusintegriteit schaden. Vorig jaar schreef hij in het boek How to Develop Free Speech on Campus een hoofdstuk over de academische vrijheid in Nederland.
Die tegenstrijdige opinies zijn volgens Oostveen de laatste jaren vooral zichtbaar in het debat over Israël en Palestina. 'Die spanning is in Nederland zeer aanwezig. Daar heb je hele goede stemmen aan de verschillende kanten van het debat, maar dat zorgt ervoor dat de clash gewoon veel groter is dan elders, zo ook de fallout', verduidelijkt hij.
'Academische vrijheid is het enige recht dat meer plichten omvat dan rechten'
Oostveen haalt aan dat de bezuinigingen van het vorige kabinet een belangrijke rol spelen. 'Huidig premier Rob Jetten heeft gezegd dat die worden teruggedraaid, maar de nieuwe Kamer heeft op dit moment gewoon de begroting van vorig jaar overgenomen. De bezuinigingen van het kabinet Schoof blijven dus gewoon gelden. Dat laat zien dat het hoger onderwijs in België toch beter beschermd is dan in Nederland.'
Nog een belangrijke reden voor het verschil is volgens Oostveen dat er in België veel meer onderzoeksfinanciering is binnen de instellingen zelf. 'In Nederland is gekozen voor een puur competitief model. Bij ons ervaart iedereen die een onderzoeksagenda wil opzetten druk om naar het NWO (de nationale Nederlandse wetenschapsfinancier, red.) te stappen', zegt hij.
'In België heb je naast het FWO (de Vlaamse variant van het NWO, red.) nog steeds interne PhD-financiering en zijn er nog BOF-professoren (Bijzonder Onderzoeksfonds). Dat zorgt ervoor dat universiteiten zelf hun onderzoeksagenda kunnen bepalen', gaat hij verder.
Vrijheid van meningsuiting
De vraag stelt zich vaak wat die academische vrijheid precies inhoudt. 'Het zou moeten betekenen dat iedereen binnen de academische gemeenschap in staat moet zijn om te onderzoeken wat hij of zij vindt dat er onderzocht moet worden', zegt Oostveen. 'Academische vrijheid betekent niet dat elke academicus zich moet kunnen uitspreken over eender welk thema in de samenleving.'
Daarmee raakt Oostveen aan een veelvoorkomende verwarring in debatten: het verschil tussen academische vrijheid en de vrijheid van meningsuiting. 'Bepaalde academici spreken zich uit over thema's die niks te maken hebben met hun vakgebied. Dan kan je zeggen: "Dat moet kunnen", maar dat valt dan onder vrijheid van meningsuiting.'
'Je kunt beweren dat de aarde plat is. Dat valt onder vrijheid van meningsuiting'
Kwikkers hanteert een gelijkaardige definitie. 'De vrijheid van meningsuiting is een grondwettelijk recht, tout court. Academische vrijheid daarentegen is misschien wel het enige recht dat meer plichten omvat dan rechten', verduidelijkt hij. 'Je kan niet zomaar wat opschrijven. Je moet het op een academische, wetenschappelijk verantwoorde manier onderbouwen', zegt Kwikkers.
'Je kunt ook beweren dat de aarde plat is. Dat valt onder vrijheid van meningsuiting. Maar als je dan beroep zou willen doen op academische vrijheid, ontstaat natuurlijk een schaterlachen', gaat hij verder. 'De academische vrijheid beschermt dus geen simpele mening, maar wel een academisch onderbouwde generatie van feiten.'
Oostveen kijkt toch kritisch naar het rapport van de KNAW en de Academic Freedom Index. 'Maar niettemin zou het wel een wake-up call moeten zijn voor Nederland, dat zo’n rapport verschijnt', zegt hij.
Kwikkers nuanceert: 'Dat Nederland even hoog scoort als Albanië, maar negen decimalen hoger dan het Verenigd Koninkrijk en zeven lager dan Suriname, dat is moeilijk te geloven. Maar indexen simuleren trends. Op wereldschaal wordt op die manier wel een neergang in academische vrijheid gesignaleerd.' Die zorg deelt hij.
Heb je vragen of opmerkingen bij dit artikel? Stuur ze ons.