Liesbet Heyvaert

INTERVIEW LIESBET HEYVAERT

Decaan Liesbet Heyvaert start aan tweede termijn: 'Ja, ik zal vechten voor de faculteit'

Er heerst een perceptieprobleem rond de humane wetenschappen, zegt Liesbet Heyvaert, net herverkozen als decaan van de faculteit Letteren. Daar wil ze wat aan doen in haar tweede termijn. Een gesprek over AI, linkse wetenschappers en 'prietpraat'.

Gepubliceerd
Leestijd: 11 min

'Je voelt dat er in de maatschappij een stroming bestaat die kritiek heeft op de humane wetenschappen en daarbij een eng nutsdenken hanteert, waarbij die soms als nutteloos worden gezien', zegt Liesbet Heyvaert, decaan van de faculteit Letteren en professor Engelse taalkunde aan de KU Leuven. 'Tegelijk wordt in tijden van een AI-revolutie en in de huidige geopolitieke context steeds duidelijker hoe essentieel soft power of het grondig kennen van talen, culturen en geschiedenis is.' 

Heyvaert is een fiere verdediger van de humane wetenschappen, en dan in het bijzonder van de geesteswetenschappen, die vooral op haar faculteit vertegenwoordigd zijn. Zeker wanneer die in de verdrukking komen. 'Er is een narratief ontstaan dat zich de vraag stelt: waarom pompen we al die middelen in de geesteswetenschappen? Wat doet men daar eigenlijk?'

Bio >

  • 54 jaar oud
  • Studeerde Germaanse Filologie aan de KU Leuven

  • Behaalde in 1995 een master in de toegepaste taalkunde en functionele grammatica aan de Macquarie University in Sydney

  • Werd doctor in de Engelse taalkunde aan de KU Leuven in 2002

  • Vicedecaan Onderwijs aan de faculteit Letteren tussen 2015 en 2021

  • Voor een eerste keer verkozen als decaan in 2021, en in 2026 voor een tweede keer

Dat narratief wil Heyvaert keren. Met 82 procent van de stemmen krijgt ze daarvoor een stevig mandaat: deze zomer start ze aan haar tweede termijn als decaan van de faculteit Letteren. Terwijl de koffie nog loopt, schuiven we aan voor een onderhoud over de fikse uitdagingen die zich voor de humane wetenschappen aandienen, zoals artificiële intelligentie. Maar eerst nog even over haar verkiezing.

Dacht u soms: misschien dat ik me toch niet kandidaat stel?
Liesbet Heyvaert:
'Ik heb lang getwijfeld. Mensen vergeten het soms, maar het decaanschap is een bijzonder zware functie, die ook veel gepieker met zich meebrengt. Ik heb dat ook aan mijn collega's gezegd: ik ben niet getrouwd met het decaanschap, en het heeft een grote impact op mijn privéleven.'

'Ik werk al jaren erg hard, en neem veel zaken mee naar huis, omdat je nu eenmaal niet alles zo makkelijk van je kunt afzetten. Ik vond ook dat als ik me herverkiesbaar zou stellen, dat echt wel met de volle goesting moest zijn, mét een positief project. Ik vind het heel belangrijk dat het om een positieve keuze gaat. Ik moet zeggen dat ik door die mooie verkiezingsuitslag daarin ook voor een stuk bevestigd wordt. Dat is fijn.'

Wat doet een decaan?

Een decaan staat aan het hoofd van een faculteit, zoals de faculteit Letteren. De decaan is onder andere de eindverant­woordelijke voor het studen­ten- en personeelsbeleid aan zo'n facul­teit. Het gaat telkens om een professor die minstens vier jaar aan zet is.

U sprak over vijf zware jaren. Waarom had u dat gevoel?
'Het lijkt lang geleden, maar toen ik begon als decaan zaten we nog midden in een pandemie, mét onder andere een grote impact op ons onderwijs en personeelsbeleid. We zaten toen ook midden in de uitrol van het facultaire herstelplan en kregen de afgelopen jaren nog meer besparingen te slikken, door onder meer de gevolgen van de energiecrisis. Dat heeft voor spanningen gezorgd.'

'Daarnaast was er de verhoogde aandacht voor grensoverschrijdend en collegiaal gedrag, wat ook een impact heeft op een decaan. Die personeelsodssiers worden achter de schermen behandeld, maar vragen veel tijd en energie.'

In uw visietekst heeft u het over de 'volgehouden aandacht voor een respectvolle omgang met collega's en studenten'. Was dat een probleem, vijf jaar geleden?
'De faculteit komt – net zoals de hele universiteit – uit een tijd waarin dat soort zaken niet altijd expliciet werd benoemd. Situaties die al jaren scheefgetrokken waren, werden toegestaan. Er werd te weinig opgetreden tegen collega's die echt syste­matisch grenzen overschreden, of weinig collegiaal gedrag vertoonden. Dus ja, bij het begin van mijn termijn stonden we daar nog anders in.'

'Wij leveren telkens weer sleutelfiguren af in de maatschappij. Onze eerste minister is historicus.'

'Op dat vlak hebben we de afgelopen jaren met de hele universiteit echt wel grote stappen gezet. Eveneens wat betreft aandacht voor het gedrag van leiding­gevenden, trouwens. Want ook in die positie moet je je correct, collegiaal en respectvol opstellen, en geen grenzen overschrijden. Ik vind het belangrijk dat de KU Leuven ook dat perspectief steeds meer meeneemt in haar beleid.'

'Uiteindelijk is een leidinggevende aan een universiteit altijd een primus inter pares, die na diens mandaat gewoon terug een peer wordt. Ik bekleed deze functie nu, maar sta ten dienste van de faculteit. Ik associeer het decaanschap op geen enkele manier met macht, in de zin van: nu ga ik eens mijn zin doen. Zo werkt het niet.'

Vindt u het nodig dat een decaan zo'n primus inter pares is? Studenten zien een decaan misschien eerder als een machtig persoon.
'Of ze kennen de decaan totaal niet. Ik denk eerder dat. (lacht) Primus inter pares: Ik vind dat een heel mooi en belangrijk principe van onze universiteit. Je neemt voor een tijdje een mandaat op, en nadien keer je terug naar je basistaken. Het is waardevol dat je als leidinggevende ook altijd vanuit die basisrol kunt blijven spreken: ik ben zelf professor, en heb op die manier nog steeds voeling met onderwijs en onderzoek.'

U wil de banden met het secundair onderwijs aanhalen. Dient dat om het imago van de Letterenopleidingen te verbeteren?
'Wat we op dit moment voelen is dat bij heel wat jongeren de perceptie heerst dat onze opleidingen onvoldoende direct nuttig zijn. Nog los van het feit dat ik het algemene "Bildungs-aspect" van een universitaire opleiding essentieel vind en onze oplei­dingen stuk voor stuk razend interessant zijn, klopt dat beeld helaas niet.'

Die perceptie heeft natuurlijk veel te maken met de jobonzekerheid, óók bij afgestudeerden met een masterdiploma.
'Maar dat geldt voor veel richtingen, en is zeker niet exclusief voor Letteren. Waar we mee kampen, is dat er zich een breder maatschappelijk denken heeft ontwikkeld dat erg nutsgeoriënteerd is, waarbij onze opleidingen dan worden gepercipieerd alsof ze minder "nuttig" of "maatschappelijk relevant" zouden zijn.'

'Er leeft het idee dat je met een Letterendiploma alleen in het onderwijs terecht kan'

'Dat terwijl de maatschappelijke relevantie van die opleidingen heel groot is, ook als die niet onmiddellijk tastbaar is. Wij leveren telkens weer sleutelfiguren af in de maatschappij, in onder andere het beleid of in de politiek. Onze eerste minister is historicus.'

Afgestudeerd aan deze faculteit, bovendien.
(lacht) 'Inderdaad. Onze alumni leveren met hun vaardigheden ook vaak een cruciale bijdrage achter de schermen. Maar om een of andere reden lijkt wat wij doen niet direct nuttig te zijn. Niet alleen de kennis die we aanleren rond cultuur, kunst, taal en regio's is belangrijk, maar ook de vaardigheden die onze studenten indirect meenemen. Denk bijvoorbeeld aan het kritisch omgaan met bronnen.'

'Kritisch omgaan met bronnen vanuit talige, culturele en historische kennis: er is op dit moment weinig meer essentieel dan dat. Denk aan alles wat er in de wereld aan het gebeuren is: wij leveren de soft power. Soft diplomacy draait rond inzicht in talen, geschiedenis en interculturele verschillen.'

Alleen draait de wereld vandaag meer rond hard power dan soft power.
'Ja, maar ik denk dat we nu stilaan wel doorhebben dat het daarom helemaal fout aan het lopen is. We worstelen in Letteren dan ook vooral met een perceptieprobleem.'

Waar komt dat vandaan?
'Wat kiezen voor Letteren misschien minder vanzelfsprekend maakt, is dat de meest voor de hand liggende link die een achttienjarige ziet tussen veel van onze opleidingen en een job, die van leerkracht is.'

'Wij zijn heel sterk vertegenwoordigd in het secundair onderwijs: we leveren onder andere leerkrachten geschiedenis, kunst, Nederlands, Engels, Frans, Latijn en Grieks. Dat zou een kracht moeten zijn, maar houdt toekomstige studenten misschien wel net ook tegen. Er leeft het idee dat je met een Letterendiploma alleen in het onderwijs terecht kan.'

'Voor alle duidelijkheid: wij zijn super blij met elke goede leerkracht die we afleveren, en we willen er nog veel meer opleiden, maar ik denk dat dat ons ook voor een stuk parten speelt. Onze opleidingen lijken zo een heel enge uitstroom te hebben, maar dat klopt niet.'

'Al snel komt de beschuldiging: "Dit is woke, dit is links". Veel collega's worstelen daarmee.'

'Op SID-ins brengen we dat verhaal telkens weer. Eigenlijk is het toch fantastisch dat je kan beginnen aan een studie die je écht interesseert, je fundamentele vaardigheden bijbrengt, en daarna nog eens 101 opties op de arbeidsmarkt openhoudt, in plaats van dat je diploma je naar een specifieke job leidt? Dat lijkt een zwaktebod, maar eigenlijk is het een sterkte.'

'Dat is een belangrijke uitdaging waar in Letteren voor staan, en de reden waarom we de banden met het secundair onderwijs meer moeten aanhalen en nog beter moeten luisteren. Hoe kunnen we die perceptie keren? Hoe kunnen we jonge mensen nog meer het inzicht geven in wat we doen, en welke mogelijkheden je met een Letterendiploma hebt? Hoe brengen we zowel de intrinsieke waarde als de maatschappelijke relevantie van onze opleidingen over?'

'Levensreddend' 

Net daar plaatsten enkele stemmen in het maatschappelijke debat onlangs serieuze vraagtekens bij. Econoom Ive Marx (UAntwerpen) schreef in De Standaard dat er 'astronomisch veel prietpraat wordt geproduceerd op kosten van de belasting­betaler'. Volgens hem vooral in de sociale en humane wetenschappen. 

Wetenschapsfilosoof Andreas De Block (KU Leuven) sloot zich daarbij aan, en wees op een studie waaruit zou blijken dat zestig procent van onderzoek uit de geestes­wetenschappen als 'niet maatschappelijk relevant' wordt beschouwd door de eigen vakgenoten.

'Doordat de lessen opgenomen worden, weet je als docent niet goed waar je woorden zullen landen'

'Ik las dat ook, maar ik stel vast dat hij maatschappelijke relevantie lijkt te verengen tot levensreddend. Maar zo mag je het niet verengen', zegt Heyvaert. 'De mensweten­schappen hebben een andere rol. Ze dragen bij tot wederzijds begrip en inzicht in de menselijke geest, in evoluties in de maat­schappij, in geschiedenis en culturen. In die zin kunnen ze trouwens wel levensreddend zijn.'

'Maatschappelijk nut en impact worden erg snel verengd tot een soort van positief-wetenschappelijke valorisatie. Je moet daar veel breder naar kijken, denk bijvoorbeeld ook aan de rol van een tolk die verschillende culturen kan samenbrengen en in gesprek laten gaan. Dat is niet alleen waardevol, het heeft potentieel ook een grote maatschappelijke impact.'

U heeft niet het gevoel dat er 'prietpraat' wordt verkocht?
'Nee, daar ben ik het helemaal niet mee eens. Ik vind dat discours heel betreurenswaardig. Net zoals de stelling dat academici over het algemeen te links zouden zijn.'

Waarom?
'Ik denk dat het allereerst belangrijk is om het onderscheid te maken tussen het persoonlijke politieke standpunt van een academicus en het wetenschappelijk discours dat die hanteert in een les.'

'Wat ik hoor van collega's is dat het soms heel moeilijk wordt om nog zaken aan te kaarten vanuit een neutraal onderbouwd wetenschappelijk discours. Al snel komt de beschuldiging: "Dit is woke, dit is links". Veel collega's worstelen daarmee. We moeten daar met hen nog beter over in gesprek gaan, en hen daarin ondersteunen.'

Sluipen cultuuroorlogen binnen in de universiteit?
'Ja, langzaam worden collega's bang om bepaalde thema's te bespreken. Doordat de lessen opgenomen worden, weet je ook niet goed waar je woorden zullen landen. Die opnames kunnen een ander leven gaan leiden. Je uitspraken kunnen uit context getrokken worden.'

'We hebben geprobeerd om verschillende stemmen in het debat te laten horen, maar echt intellectueel doordiscussiëren? Dat mogen we soms nog meer doen.'

'Het is jammer dat er steeds wordt geïnsinueerd dat we een links bolwerk zijn. De overheid gaat dat op den duur zien als een stok waarmee ze ons kan slaan. We moeten allemaal durven om de zaken met een open vizier bespreekbaar te maken, met een objectieve en wetenschappelijke basis.'

De Morgen berichtte onlangs over Lux Mundi, een nieuwe rechts-katholieke universiteit die conservatieve academici oprichtten. Initiatiefnemer Cornelis Schilt vindt dat rechtse academici zich onvoldoende kunnen uitspreken. Heeft hij een punt?
'Nee, ik denk dat er binnen de faculteit echt wel sprake is van een diversity of opinion. Ik heb het gevoel dat er heel wat verschillende stemmen zijn, die ook niet zwijgen. Wat mijn faculteit betreft, ben ik het daar echt niet mee eens.'

Wanneer je de faculteit binnenloopt, zie je overal de herkenbare rode lijnen op de ramen en deuren. Volgens Schilt is een significante minderheid het niet eens met zo'n 'forse pro-Palestijnse stand­punten', maar durft 'bijna niemand' zich uit te spreken. Staat u daar bij stil?
'Ik ben mij er zeker van bewust dat er daar binnen de faculteit andere standpunten over bestaan. Maar opnieuw: die verscheidenheid moet kunnen blijven bestaan. Ik vind wel dat we aan de universiteit soms te weinig het intellectuele debat durven aangaan.'

'Bij besluitvorming zouden we echt moeten kunnen doordiscussiëren, en alle wetenschappelijke argumentatie op tafel durven leggen. In heel wat dossiers, zoals over Gaza, blijf ik daar toch wel op mijn honger zitten.'

'Ik denk dat er wel wat initiatieven zijn geweest: we hebben verschillende gesprekken geïnitieerd, en bijvoorbeeld een tentoonstelling georganiseerd. We hebben geprobeerd om verschillende stemmen in het debat te laten horen, maar echt intellectueel doordiscussiëren? Dat mogen we soms nog meer doen.' 

Wat wil u daaraan doen?
'In discussies over AI heb ik bijvoorbeeld het gevoel dat we te veel een narratief overnemen dat elders wordt geschreven. We redeneren nog te weinig vanuit ons eigen perspectief, terwijl er vanuit onze disciplines zoveel interessante perspectieven op AI zijn. Als geesteswetenschappers staan we nog teveel in gespreide slagorde. Het gaat allemaal zo snel, en daardoor lijkt AI toch nog altijd iets dat ons wordt opgedrongen.'

'Sommige academici omarmen het, sommigen verzetten zich ertegen of anderen begrijpen het niet. We hebben AI te weinig omarmd vanuit een diep begrip vanuit de verschillende perspectieven in de geesteswetenschappen. Ik zou daarom heel graag een jaar lang een aantal perspectieven aan het woord laten in een soort van interne reflectiekamer.'

'Je moet realistische verwachtingen hebben: waar kunnen die bootcamps bij helpen, en waar niet. Wat goed is, is dat ze iedereen een minimumniveau van AI-kennis zullen meegeven.'

'Dat zou een initiatief zijn waarin we collega's van Letteren en filosofie samen­brengen, en samen een traject afleggen waarin we luisteren naar wat zij daarover te vertellen hebben. Op het einde van het jaar kunnen we daar conclusies aan verbinden over hoe we vanuit de geestes­weten­schappen artificiële intelligentie kunnen begrijpen, en ermee kunnen omgaan in ons onderzoek en onderwijs, bijvoorbeeld wat betreft schrijfvaardigheden.'

'Die noden liggen echt wel op tafel. De studenten vragen duidelijkheid wat betreft de omgang met AI: men worstelt ermee. Hoewel de studenten in een recente bevraging wel aangaven tevreden te zijn met onze aanpak, is er nog een lange weg af te leggen.' 

Bent u bezorgd? Kunnen de basis­vaardigheden van een tolk bijvoorbeeld worden overgenomen?
'Wel, de Europese Commissie maakte recent bekend dat ze toch radicaal blijft kiezen voor menselijke tolken, omdat ze artificiële intelligentie niet voldoende kwalitatief acht.'

Binnenkort worden de zogenaamde AI-bootcamps uitgerold, die de AI-kennis van het universiteitspersoneel moeten bijspijkeren. Dat was een campagne­belofte van rector Severine Vermeire. Gaat u op AI-bootcamp?
(resoluut) 'Absoluut. Ik denk wel dat je realistische verwachtingen moet hebben: waar kunnen die bootcamps bij helpen, en waar niet. Wat goed is, is dat ze iedereen een minimumniveau van AI-kennis zullen meegeven. Maar natuurlijk kan je niet verwachten dat dat op een super hoog niveau is. Toch is het ongetwijfeld een soort start voor veel mensen.'

In uw visietekst haalt u de 'vraag naar rationalisatie' aan, die zowel binnen de universiteit als vanuit de Vlaamse regering klinkt. Dan heeft u het over de herindeling van het allocatiemodel, dat bepaalt hoe het geld aan deze universiteit verdeeld wordt. Bent u bezorgd om de gevolgen daarvan voor uw faculteit?
'Het is duidelijk dat we een faculteit zijn die haar studentenaantallen de afgelopen jaren heeft zien dalen. Er zijn natuurlijk wel opleidingen die het beter doen dan anderen, maar algemeen is die evolutie er. Dat betekent dat als een intern allocatiemodel enkel en alleen zou gebaseerd zijn op studentenaantallen, we daar een grote impact van zouden ondervinden.' 

Het hangt af van de parameters die zullen worden gehanteerd.
'Inderdaad. Ik wil daar wel onmiddellijk aan toevoegen: onze studentenaantallen zijn dan wel gedaald, maar onze maatschappelijke relevantie is ongewijzigd, zo niet alleen maar groter geworden.'

Die is natuurlijk minder meetbaar.
'Voilà. Maar een universiteit hoort een plek te zijn die ook met dat soort zaken rekening houdt. Ik hoor vaak zeggen dat de KU Leuven een comprehensieve universiteit is, wat betekent dat ze een hele brede waaier aan wetenschapsdisciplines en opleidingen omvat. Daar hoort ook respect bij voor opleidingen die maatschappelijk relevant zijn, maar nooit de grote studentenaantallen zullen trekken of het tijdelijk moeilijk hebben.' 

Gaat u die boodschap ook overbrengen aan het rectoraat?
'Absoluut, die boodschap zal ik blijven geven. Daar moeten we echt op tafel blijven kloppen als faculteit. Bovendien: als je denkt in termen van internationale benchmarking, doen we het met de faculteit Letteren heel goed.'

'Als je kijkt naar hoe een wetenschaps­discipline hier presteert tegenover haar peers in het buitenland, moet je vaststellen dat we in alle disciplines zeer hoog scoren. Ook dat moet meegenomen worden in een allocatiemodel.'

'Het is voor alle duidelijkheid meer dan redelijk dat als een universiteit ons werkingsmiddelen en personeelsmiddelen geeft, wij verwacht worden te presteren door studenten op te leiden en externe onderzoeksprojecten te verwerven. Daar twijfelt niemand aan. Maar het moet leefbaar blijven. Dus ja, ik zal heel erg vechten voor de faculteit.'

Het Erasmushuis, waar de faculteit in Leuven is gehuisd. 'Als je denkt in termen van internationale benchmarking, doen we het met de faculteit Letteren heel goed.'

Heb je vragen of opmerkingen bij dit artikel? Stuur ze ons.

Powered by Labrador CMS