REPORTAGE BURGERLIJK INGENIEUR-ARCHITECT
Op bezoek bij studenten burgerlijk ingenieur-architect: 'De combinatie maakt het zwaar'
Over studenten burgerlijk ingenieur-architect doen verschillende doemverhalen de ronde: over nachtjes door en tientallen Nalu's. Kloppen die? 'Er blijft weinig tijd over voor de voorbereiding van lessen en oefenzittingen.'
In het Arenbergkasteel zijn de luit en de hofnar al lang verdwenen. I want you to be happier, weerklinkt er door de box van enkele eerstejaarsstudenten. Ze volgen de opleiding tot burgerlijk ingenieur-architect. We vragen hen of het klopt: werken jullie onmetelijk hard, tot soms zelfs een nachtje door voor jullie ontwerpplannen?
'Ik zie dat soms op sociale media', zegt een van de eerstejaars. '"Je gaat niet slapen, het wordt super zwaar", hoor je dan. In Amerika is dat misschien zo, maar hier is het nooit zo extreem. Uiteindelijk werken we wel veel. Maar dat is niet zoals studeren. Je ontwerp inkleuren, dat vraagt bijvoorbeeld niet veel denkwerk.' Een meezinger van Marshmello kan er dan wel bij. Dat in het Arenbergasteel een groot groepsgevoel bestaat, is onomstotelijk.
Eens we naar een andere verdieping trekken voor de derdejaarsstudenten, horen we een ander verhaal. Of we even mogen storen? 'Lukt het in vijf minuutjes? We werken nogal hard', klinkt het. 'Te veel.'
'Enerzijds klopt het dat wij zelf streven naar een zo goed mogelijk resultaat. Maar het wordt ook verwacht: je moet elke week resultaten kunnen leveren.' Dat verhaal horen we vaker: hoeveel tijd je investeert in ontwerpen, heb je zelf in de hand. Maar als je er niet genoeg voor werkt, haal je de meet niet. Zowel een intrinsieke als een extrinsieke component.
Een andere student geeft een zicht op zijn planning. 'Ik ben hier sinds 9.30 u., en vertrek waarschijnlijk pas rond 21.00 u.' Eens de finale opdracht van het semester nadert, zo geven enkele studenten aan, is het werken tot in de vroege ochtend, of nachtjes door trekken.
Goede planning
Mattias Schevenels, vicedecaan Onderwijs van de faculteit Ingenieurswetenschappen, erkent dat zijn studenten 'geen licht programma' volgen. Dat studenten soms nachtjes door doen, betreurt hij. Wie zich constant inzet doorheen het jaar, zou zijn nachtrust er nooit bij moeten laten.
Eenzelfde verhaal klinkt bij gastdocent ontwerpbegeleiding Geert De Neuter: studenten mikken vaak op het eindproduct, maar worden beoordeeld op hun traject. Dat traject zou nog meer centraal staan als alle ontwerpoefeningen samen gequoteerd worden, als één jaarvak. 'Dan kunnen de studenten zich al eens een uitschuiver permitteren.'
'Hard werken, dat doen wij wel degelijk', klinkt het bij verschillende studenten. De blikjes Nalu verraden dat. Vooral de combinatie van ontwerp met het bijhouden van theorievakken weegt zwaar.
Vijftig procent van de studiepunten gaat naar ingenieursvakken. Studenten volgen ook voor een 20- tot 25-tal procent aan architectuurwetenschappelijke vakken, zoals architectuurgeschiedenis. Voor het ontwerp is een 25- tot 30-tal procent gereserveerd. 'Om de opleiding "moeiteloos" te doorlopen, moet je excellent zijn in die drie componenten. Dat is uitzonderlijk', zegt Schevenels. 'In opleidingen met één hoofdfocus geldt dat allicht minder.'
'Perceptie'
Wat de hoeveelheid werk bij het ontwerp betreft, maakt Schevenels een onderscheid tussen de vooraf geplande, de werkelijke en de gepercipieerde studietijd. 'De opdrachten stellen we af op basis van een vooraf bepaald aantal studiepunten. De werkelijke tijd die studenten daarin investeren, lag lang veel hoger. Daar hebben we op ingezet.'
'In vergelijking met twintig jaar geleden is die druk min of meer lineair afgenomen. Dan is er nog de perceptie: na een deadline, als de eindsprint erop zit, vergeten ze soms dat de voorbije weken rustiger waren.'
De studenten die wij spraken, gaven steevast aan dat de geplande studietijd altijd een onderschatting is: ze werken voor hun ontwerpvakken meer dan dat zou moeten. Soms om te excelleren, soms omwille van hoge verwachtingen. Schevenels en De Neuter gaan niet akkoord: met een goede planning kom je er.
Een toename van het aantal studiepunten zit er dan ook niet in. 'Wij zijn een opleiding tot burgerlijk ingenieur-architect', zegt programmadirecteur Karen Allacker. 'Onze studenten studeren ook af als burgerlijk ingenieurs. Het huidige gewicht is wat wij belangrijk vinden. En dertig procent is niet weinig.' Ook zij wijst op het belang van time management.
Miscommunicatie
Volgens De Neuter spelen miscommunicaties vaak een rol. 'Als wij bepaalde zaken vragen, merken wij soms dat er onder studenten een ander verhaal de ronde doet over onze verwachtingen. Studenten zien feedback vaak ook als een afrekening, het is een werkinstrument om samen stappen vooruit te zetten.'
Ook een andere spanning kan daartoe bijdragen. 'Bij de docenten met een ingenieursachtergrond heerst het gevoel dat studenten veel tijd in ontwerp steken omdat ze dat graag doen', zegt studentenvertegenwoordiger Lukas Boonen. 'Dat is voor een stuk waar, maar dat is slechts een deel van het verhaal. Bij de ontwerpbegeleiders bestaat het idee: wij leiden architecten op, en die technische bagage moeten studenten meehebben.'
Verschillende verwachtingen. 'Wij profileren ons soms heel hard als een pure ingenieursopleiding', zegt De Neuter. 'Maar als ik merk wat onze studenten produceren over de jaren heen – en zeker onze uitschieters, dan hebben zij zeker een plaats langs de projecten uit de klassieke architectuuropleidingen. Ook excellentie op dat vlak is belangrijk.' Als we rondwandelen door het kasteel merken we inderdaad dat studenten met veel gevoel voor precisie inzetten op een zo goed mogelijk ontwerp.
Kalender hervormd?
'Zo is het voor veel studenten moeilijk om ingenieursvakken voldoende bij te houden', klinkt het bij Boonen. 'Er blijft weinig tijd over voor de voorbereiding van lessen en oefenzittingen.' Verschillende studenten hopen daarom op een betere afbakening. Tijdens de ene week ontwerpen met een deadline, tijdens de andere meer tijd voor overige vakken. Dat systeem wordt sinds twee jaar in het eerste jaar toegepast.
Toch verschuift dat het probleem ook wat, zegt Boonen: 'Nu hebben die studenten om de twee weken een harde deadline.' Een terechte opmerking, vindt Schevenels. 'Er bestaat duidelijk geen one size fits all-oplossing. We botsen bijvoorbeeld op de limieten van de academische kalender. Bij een andere academische kalender zouden we meer tijd kunnen uittrekken per semester, en zou het makkelijker zijn voor studenten om hun vakken tijdens dat semester bij te houden.'
Een blik op de architectuursector kan misschien wonderen doen. 'Wij proberen altijd voor maatschappelijk actuele opdrachten te kiezen', zegt De Neuter. 'Een site in de stad waar veel te gebeuren staat, bijvoorbeeld. Als mensen van de stad dan langskomen, begrijpen studenten nog meer dat hun werk relevant is.'
Toch staat ook de architectuursector bekend omwille van zijn hoge werkdruk. 'Het idee dat we onze studenten op zo'n hard leven zouden moeten voorbereiden, daar heb ik me als programmadirecteur altijd maximaal tegen verzet', zegt Schevenels. 'Het gebeurt weleens dat er ontwerpbegeleiders zijn die de lat onverantwoord hoog leggen. Ik heb daar altijd hard tegen gestreden. Een goed gesprek is daarvoor de eerste stap.'
Dat gesprek willen de studentenvertegenwoordigers alvast blijven stimuleren. 'Wij moeten onze stem laten horen', zegt Boonen. 'De studenten komen in de ateliers vaak met veel samen – dus we weten wat er leeft. Dat probeer ik over te brengen, want het probleem ligt niet bij één individu.'
Heb je vragen of opmerkingen bij dit artikel? Stuur ze ons.