ANALYSE ONDERZOEKSFINANCIERING

Van het labo naar de markt: de industriële samenwerkingen van de KUL

Het European Patent Office zet KU Leuven dit jaar opnieuw op de tweede plaats in een Europese ranking voor patentaanvragen. De universiteit werkt dan ook opvallend veel samen met de industrie. Hoe zien die samenwerkingen eruit, en wat zijn de risico's?

Gepubliceerd
Leestijd: 4 min

Met 77 miljoen euro aan contractonderzoek in 2025 verstevigt de KU Leuven haar positie als innovatiemotor. De universiteit bevestigde dan ook haar tweede plaats in een recent gepubliceerde Europese ranking voor octrooiaanvragen van het European Patent Office. 

Maar die zilveren medaille heeft misschien ook een keerzijde. 'Zelfs als we allemaal een "epistemische engel" zouden zijn, dan nog zouden we een vertekening krijgen van het onderzoekslandschap', stelt wetenschapsfilosoof Andreas De Block (KU Leuven).

Besparingen

Traditioneel worden de geldstromen naar onderzoek opgedeeld in vier categorieën: de basisfinanciering van de overheid, competitieve subsidies zoals het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO), internationale middelen vanuit de EU en private middelen vanuit de industrie.

Nu op onderzoeksfinanciering bespaard wordt, ziet de universiteit de industriële sponsors graag komen. 'Dat varieert van een uur advies geven aan een bedrijf tot meerjarige samenwerkingen', zegt Paul Van Dun, algemeen directeur van KU Leuven Research and Development (LRD).

In de categorie van langdurige samenwerkingen bevindt zich een belangrijk financieringskanaal: leerstoelen. Daarbij gaat de schenker, vaak een bedrijf, het engagement aan om minimaal drie jaar lang een onderzoekslijn te financieren. Dat komt al snel neer op 70.000 euro per jaar. Na een actieve wervingscampagne in het kader van zeshonderd jaar KU Leuven is het aantal actieve leerstoelen aan de universiteit vorig jaar gestegen van 86 naar 95.

Contractmachine

Vandaag sturen meer dan veertig mandaathouders bij het Industrieel Onderzoeksfonds het traject van fundamenteel onderzoek naar de markt aan. Achter de schermen van de universiteit draait een enorme contractmachine: elke dag worden er gemiddeld bijna negen nieuwe samenwerkingen bezegeld.

Dat is geld dat de universiteit goed kan gebruiken. 'Aangezien de financiering voor fundamenteel onderzoek relatief beperkt is, vormen samenwerkingen met de industrie – al dan niet via overheidskanalen – vaak een belangrijke aanvullende bron van middelen', aldus Karin Thevissen, industrieel onderzoeksmanager aan de KU Leuven. 'Dat maakt het mogelijk om wetenschappelijk personeel, zoals techniekers en onderzoekers, op langere termijn te kunnen blijven betalen.'

'De facto kan een kmo een voltijdse onderzoeker in huis halen voor een fractie van de normale loonkost. Kun je je dat voorstellen?'

Andreas De Block, wetenschapsfilosoof (KU Leuven)

'Bij beperkte middelen kan het voorkomen dat onderzoekers ook projecten opnemen die minder nauw aansluiten bij hun eigen onderzoeksinteresses, maar wel financiering genereren', zegt Thevissen. 'Denk bijvoorbeeld aan fee-for-service contracten, waarbij de industrie de universiteit vergoedt voor het uitvoeren van specifieke analyses.' 

'Die activiteiten worden doorgaans kostendekkend uitgevoerd, met een beperkte marge. Op die manier kan een onderzoeksgroep aanvullende middelen genereren ter ondersteuning van meer fundamenteel en onderzoeksgedreven werk', zegt Thevissen.

Forking paths

Dat het geld nodig is, betekent voor wetenschapsfilosoof Andreas De Block niet dat we samenwerkingen zonder meer moeten toejuichen. 'Een van de belangrijkste risico's is dat de universiteit een goedkope onderzoeksafdeling wordt voor bedrijven. De facto is zaken laten ontwikkelen door universiteiten redelijk goedkoop voor bedrijven.' 

'Dat geldt trouwens ook voor Vlaamse onderzoeksprogramma's zoals Baekeland of VLAIO (Vlaams Agentschap Innoveren & Ondernemen, red.): als je concreet kijkt naar de werkelijke bijdrage die van de industrie gevraagd wordt, valt dat behoorlijk mee. De facto kan een kmo (een bedrijf tot 250 werknemers, red.) een voltijdse onderzoeker in huis halen voor een fractie van de normale loonkost. Kun je je dat voorstellen?'

Hoewel het pas in de jaren negentig een wettelijke plicht werd om onderzoeksresultaten maatschappelijk te laten renderen, deed Leuven dat al decennialang spontaan

De KU Leuven laat er geen twijfel over bestaan dat gesponsord onderzoek in alle onafhankelijkheid gebeurt. De Block nuanceert: 'Zelfs als alle betrokken onderzoekers volkomen eerlijk te werk gaan, kan het eindresultaat toch vertekend zijn. Dat komt doordat bedrijven niet zozeer individuele wetenschappers corrumperen, maar selectief verder investeren in labo's die resultaten opleveren die commercieel interessant zijn.'

'Wat niet-wetenschappers vaak onderschatten, is hoeveel schijnbaar onschuldige keuzes een onderzoeker tijdens een studie maakt: welke datapunten behandel je als uitschieters? Welke uitkomstmaat kies je? Over welke tijdspanne meet je het effect? De statisticus spreekt van een garden of forking paths: bij elke beslissing vertakt het pad, en elke vertakking kan het eindresultaat beïnvloeden, ook zonder dat de onderzoeker dat bewust nastreeft.'

'Niets voor ons'

Wat ooit vooral een fenomeen was binnen de exacte en biomedische wetenschappen, breidt zich vandaag uit naar de humane disciplines. Professor Geert Brône, vicedecaan onderzoeksbeleid van de faculteit Letteren, schetst die transformatie. 'Vroeger werd het weggewuifd: "Dat is niets voor de faculteit Letteren." Maar vandaag de dag zie je steeds meer onderzoeksgroepen die een traject ernaartoe hebben uitgetekend. Toch wordt het financiële valorisatiepotentieel bij ons nog vaak onderschat.'

De vorming van de Associatie KU Leuven in 2002 zit er ook voor iets tussen. 'Historisch gezien was er een duidelijke breuklijn tussen de universiteiten en hogescholen: terwijl de universiteiten zich bezighielden met fundamenteel onderzoek, deden de hogescholen eerder toegepast onderzoek', zegt Brône. 'Die grens is nu vervaagd.'

Pionier

'KU Leuven is een van de universiteiten die wereldwijd al het langste inzet op het tot maatschappelijk nut brengen van onderzoeksresultaten, oftewel valorisatie', vertelt van Dun. 'Eeuwenlang heerste het idee dat universiteiten slechts twee taken hadden: onderwijs en onderzoek.'

'Toen LRD werd opgericht in 1972, was dat nog de periode waar "Wetenschap" met een grote W zuiver gehouden moest worden', zegt Van Dun. 'Maar een aantal beleidsmakers aan de universiteit heeft in die periode gezien welke symbiose er kan zijn tussen bedrijven en onderzoek.'

Hoewel het pas in de jaren negentig een wettelijke plicht werd om onderzoeksresultaten maatschappelijk te laten renderen, deed Leuven dat al decennialang spontaan. Die voorsprong verklaart volgens Van Dun mee de huidige internationale toppositie van de universiteit.

Een van de drijvende krachten erachter was Pieter De Somer, toenmalig rector van de KU Leuven. 'Hij heeft toen een spin-off avant la lettre opgericht, die is uitgegroeid tot de vaccinfabriek van GSK in België. Dat een gerespecteerde wetenschapper met zijn charisma die stap succesvol zette, druppelde natuurlijk door in de universiteit', aldus van Dun.

Innovatiemotor

Ook Vlaanderen doet zijn duit in het zakje. 'Via het Vlaamse Industrieel Onderzoeksfonds (IOF) investeert de Vlaamse overheid al meer dan twintig jaar gericht in innovatie en in de professionalisering van translationeel onderzoeksmanagement aan universiteiten', stelt Thevissen.

Maar Van Dun benadrukt dat valorisatie breder gaat dan louter winstbejag. 'Er hoeft niet altijd cash tegenover te staan', legt hij uit. 'Als je kijkt hoeveel samenwerkingen en projecten wij hebben met vzw's, NGO's, de zorgsector, de strijd tegen armoede: ook dat is valorisatie.'

Heb je vragen of opmerkingen bij dit artikel? Stuur ze ons.

Powered by Labrador CMS