VRAAG VAN DE MAAND STUDENTENBEVRAGING

Wat heeft een prof aan jouw evaluatie?

Elke lesvrije periode krijg je een mailtje van je decaan met een warme oproep om de docenten- en vakkenevaluatie in te vullen. Maar wat is dat formulier, en waarom vul je het best in?

Gepubliceerd
Leestijd: 1 min

De vraag van de maand

Elke maand beantwoordt Veto een studentikoze vraag. Wil jij dat we iets voor je uitzoeken? Stuur dan een mailtje naar veto@veto.be.

Slechts één melding per jaar mag je echt niet negeren. Die gaat over de evaluatie van je vakken en je professoren van het vorige semester. Vicerector voor Onderwijsbeleid Margriet Van Bael spoort studenten alvast extra aan om het formulier in te vullen. Het is onderdeel van COBRA, het systeem waarmee de KU Leuven haar onderwijs evalueert. Jouw mening telt daarbij.

Wat er dan gebeurt met je o zo gegeerde feedback? 'Dat gaat langs een pad van verschillende stappen', vertelt Van Bael. 'Na 11 maart worden de gemiddelde scores berekend en krijgen docenten inzage in de antwoorden.' Je docenten krijgen dan ook de kans om wat duiding te geven, bijvoorbeeld als ze recent de aanpak van een vak omgooiden. 

Vier eindwaarderingen

De resultaten en die bijkomende duiding komen dan terecht bij de decaan van je faculteit en de programmadirecteur van je richting. Die programmadirecteur is de eindverant­woordelijke voor de structuur en inhoud van je opleiding, en staat aan het hoofd van de permanente onderwijscommissie (POC). 

'Opdat de resultaten betrouwbaar zijn, is het belangrijk dat de responsgraad voldoende hoog is'

Margriet Van Bael, vicerector Onderwijsbeleid

Het uiteindelijke oordeel over de kwaliteit van een vak of docent wordt echter door een subcommissie van de POC geveld. In die subcommissie zitten een paar personeels­leden van de universiteit en ook minstens twee studenten.

Die subcommissie kan kiezen uit vier eindwaarderingen: 'bijzondere waardering', 'waardering', 'waardering met aandachts­punten' of 'bijsturing nodig'. Die laatste twee categorieën vragen in het bijzonder om extra opvolging. 'Waar er bijsturing nodig is of aandachtspunten zijn, zal de programma­directeur dat samen met de docent verder opnemen', verheldert Van Bael. 

Personeelsdossier

Vakken waar bijsturing nodig is, worden het jaar erop onmiddellijk nog eens geëvalueerd, terwijl dat normaliter om de drie jaar is. En bovendien: alle feedback, positief of nega­tief, kan terecht komen in het personeels­dossier van je docent. 

Dat dossier wordt bijvoorbeeld gebruikt bij loopbaanbeslissingen, zoals promoties van docenten. Van Bael benadrukt dat het invullen van de evaluatie ook hier uitmaakt: 'Opdat de resultaten betrouwbaar zijn en door kunnen stromen naar het personeels­dossier, is het belangrijk dat de responsgraad voldoende hoog is.'

Heb je vragen of opmerkingen bij dit artikel? Stuur ze ons.

Powered by Labrador CMS